05-02-17

Hoor wie klopt daar kinderen ?

De beste maand om spechten waar te nemen is zonder twijfel februari. Deze houthakkers komen stilaan op temperatuur voor het broedseizoen en door de nog kale bomen kan je ze nu goed bekijken. Zelf kon ik dit weekend alvast 4 soorten aan mijn jaarlijst toevoegen.

Kleinste.

We gaan van klein naar groot. Een wandeling in de Kevie leverde onze mini-specht op. De kleine bonte specht. Deze is maar net zo groot als een stevige huismus. Het was zijn roep die hem verraadde. En even later kwam hij netjes vlak boven mijn hoofd zitten. De kenmerkende wit en zwart gestreepte rug duidelijk te zien. Check. Want die probeer je best op dit moment te zien. Eenmaal er een nestje is dan worden ze wel heel stil en moeilijk te spotten.

vo_Kleine bonte specht.jpg

Middelste.

Zondag dan naar Jongenbos. De geplande plaatsing van enkele steenuilenkasten werd uitgesteld door het weer en een zere rug. Doel : de middelste bonte specht. Want deze broedt daar jaarlijks. Een tiental jaar geleden was dit een soort die heel donkerrood op de lijst stond. Maar ondertussen zijn ze aan een stevige uitbreiding bezig. Elk bos dat iets of wat geschikt is heeft momenteel zijn middelste bonte. Het bleef bij een korte waarneming onder niet zo schitterende omstandigheden. Maar dankzij de kenmerkende roep werd mijn determinatie nog even bevestigd. Check.

Middelste-bonte-specht.jpg

Superfoto (jammer genoeg niet van mij) van deze soort.

Grote.

Als er een kleine en een middelste is dan moet er natuurlijk ook een grote zijn. Deze is bij de meeste mensen beter gekend. Vooral omdat hij ook wel eens op de voedertafel durft verschijnen. Vooral kokers met pindanootjes vindt hij lekker. Deze soort had ik al eerder op mijn lijst kunnen zetten. Want de roffels die je hoort in een bos zijn meestal van de grote bonte specht. Zijn kekkerende roep zal je ook wel eens gehoord hebben. 

vo_Grote bonte specht.jpg

Mieren.

Nummer vier is de groene specht. Die ook wel als "maarts veulen" door het leven gaat. Dit door zijn hinikkende roep die doet denken (met heel veel verbeelding) aan een veulen. En die hoor je dan heel vaak in maart. Wel, ik hoorde deze dit weekend al. Dus check. 

Deze soort zullen de meeste mensen zeker kennen. Want hij komt vaak op een gazon zitten om dan fanatiek in de bodem te hakken. Zijn doel op zulke momenten is het vinden van een mierennest. Zodra hij een kolonie heeft gevonden hakt hij het nest open en laat de mieren netjes op hem kruipen. Met zijn lange tong zal hij dan de mieren naar binnen spelen. Na ons zwart-witte trio trouwens een heel andere outfit. Van felgroen naar helgeel.

vo_Groene specht.jpg

Zwart beest.

Letterlijk en figuurlijk mijn zwarte beest is de zwarte specht. De grootste van het rijtje en de meest iconische. Vroeger een jaarlijkse broedvogel in Nieuwenhoven. Maar tegenwoordig een moeilijk te spotten soort in de Fruitstreek. Dus die ontbreekt dan ook op mijn jaarlijst. We zullen nog eens een ochtendwandeling moeten plannen in enkele geschikte bossen voor deze zwarte rakker.

zwspecht.jpg

 

29-01-17

Broekbeemd-ral.

+7.

Het werd weer een mooi weekend. Zo kon ik mijn jaarlijst voor de Fruitstreek verhogen naar net geen 60 soorten. Eén wandeling in het Jongenbos was voor een groot deel voldoende. Het is dan ook een schitterend bosgebied vlakbij mijn deur. Een overvliegende aalscholver moest mij al aangegeven hebben dat het een leuke voormiddag zou worden. Dat was nieuwe soort nummer één voor dit weekend.

Goed ingepakt, want het was die dag nog stevig aan het vriezen, ging ik op pad. Bij een groepje grove dennen hoorde ik de typerende roep van kuifmees. Maar ik had toch nog een aantal minuten nodig om ze in beeld te krijgen. Ondertussen had ik wel al bijna alle koolmezen die door de takken rondhipten gezien en begon mijn nek pijn te doen van het omhoog staren. Iets verder deed de ratelende roep van de grote lijster mij weer opkijken. Ze ging zitten in de buurt van de voor haar populaire maretakken. Nummer drie was binnen. Een paar sparren met iets verder struiken overwoekerd door klimop was de volgende strategische stopplaats. En na tien minuutjes had ik de soort die ik hier had verwacht mooi in beeld. Een vuurgoudhaantje. check nummer vier. 

12401097.jpg

Vuurgoudhaantje (foto Tony Parmentier)

Bonus.

Het werd een mooie wandeling die ik al veel eerder had moeten doen. ANB heeft hier schitterend werk verricht met nieuwe bosaanplant afgewisseld met mooie open plekken. Hier ga ik zeker nog terugkomen. Resultaat was een mooie lijst van bossoorten. Op de terugweg maakte ik nog even een ommetje langs het Belle-Vue bos. Niet met de bedoeling om nog een wandeling te maken want het was al vrij laat geworden. Maar dat draaide anders uit. Vlak voor ik aan het bos kwam vloog er voor mijn auto een groepje vogels op van een klein stukje maisstoppel. Ik zag dadelijk dat het om heel compacte beestjes ging met een korte staart. Boomleeuwerik flitste door mijn hoofd. Met mijn verrekijker volgde ik de groep tot hij een paar honderd meters verder neerstreek. Snel de auto aan de kant gezet en het veld opgewandeld. Voor ik ze in mijn kijker kon vangen vlogen ze opnieuw op om iets verder weer neer te gaan. En daar kon ik ze wel goed bekijken. Bleke wenkbrauwstreep, opvallende tekening op de vleugel, korte staart. Alles klopte. Een bonussoort van formaat. Nummer vijf voor die dag.

12658253.jpg

Boomleeuwerik (foto Patrick Keirsebilck)

Merci Gert.

Namiddag ging ik opnieuw mijn les geven over vogels kijken. Deze keer in lagere school De Letterboom in Jesseren. Ook ditmaal waren de leerlingen zeer enthousiast. Ondanks een leuk winterzonnetje bleven ze goed meewerken. Ze verbaasden mij opnieuw door met meer dan de helft van de groep een kanoet-strandloper juist te determineren. Hopelijk heb ik de microbe van het vogels kijken voor enkelen onder hen overgedragen. 

Zaterdag voormiddag was het werken geblazen bij 't Bokje. Met een aantal vrijwilligers gingen we een omgewaaide eik te lijf. Dus geen spoor van vogeltjes deze keer buiten een uitgehakt gat in de onfortuinlijke boom. De ratelende kettingzagen hielden alles mooi op een afstand. Soms moet je offers doen om de natuur te beheren. Vlak na de middag ging ik een afgewaaide steenuilenkast die door de eigenaar van het perceel terug was opgehangen van nestmateriaal voorzien. En wat bleek ? Meneer en mevrouw steenuil waren thuis. Mijn eerste controle van deze soort voor dit jaar was binnen. Het blijft een leuke soort om op te volgen.

blog 29 jan0001.jpg

Mijn eerste steenuil voor 2017.

De rest van de namiddag kon ik getuige zijn van de wereldtitel van Sanne Cant in een heroïsche strijd met Marianne Vos. Geen vogeltjes meer voor vandaag dacht ik. Tot ik een telefoontje kreeg van Gert. "Ik sta hier al vijf minuten naar die waterral te kijken in de Broekbeemd". Snel een jas en mijn laarzen aangetrokken en richting Molenstraat. Daar stond Gert mij op te wachten met de woorden die ik op zo momenten wel vaker hoor. "Hij is net de biezen ingelopen". Maar ik bleef toch hopen op deze nieuwe soort voor "ons" gebied in Wellen. Gert had hem op 9 oktober als eens gezien op dezelfde plaats. Maar toen moest ik tevreden zijn met een mondelinge mededeling. We dachten allebei dat het op dat moment om een toevallige passant ging. Maar blijkbaar had dit beestje de Broekbeemd uitgekozen om te overwinteren. En iets later had ik die pleisteraar ook in beeld. Druk foeragerend liep hij (of zij) op nog geen tien meter voor mij voorbij. Een onverwachte maar schitterende nummer zes voor dit weekend. We hopen dat hij blijft en zorgt voor het eerste broedpaar voor ons gebied. Wie weet ?

12644289.jpg

Waterral (foto Jo De Pauw)

Muizenissen.

Zondag dan weer op pad samen met Eddy om nog wat roofvogels te ringen. De muizen hadden er zin en hopelijk de torenvalken en buizerds ook. Het begin was alvast hoopgevend. De eerste buizerd viel vlot op de val en werd even later, nadat hij eerst Eddy zijn duim had platgeknepen, van een ring voorzien. Wat een majestueuze beesten, zeker als je ze van zo dichtbij kan bekijken. 

blog 29 jan0001-2.jpg

Eerste winter buizerd, een stevige madam.

Het viel ons weer op dat een lichte stijging van de temperatuur plots veel minder buizerds en torenvalken oplevert. Ze gaan dan blijkbaar op zoek naar andere oorden. Het blijft een mysterie. Toch konden we nog een paar valkjes verschalken. En eentje bleek wel heel ver van huis. "Deze heeft een kleurring aan" riep ik naar Eddy toen ik hem uit de val haalde. En dan weet je hoe laat het is. Geringd in Nederland, denkelijk door collega ringer aldaar Peter Das. 's Avonds kwam de bevestiging. Onze Hollander bleek in 2011 in Friesland als pullus geringd te zijn. Altijd leuk. En misschien al een voorteken dat onze Wout Van Aert een paar uur later Mathieu Van der Poel zou kloppen en wereldkampioen worden. En wie werd dan soort nummer zeven van dit weekend ? Wel, een stormmeeuw vlak bij de Kevie in Tongeren kreeg deze eer.

blog 29 jan0001-3.jpg

De Fries die even op bezoek kwam.

 

22-01-17

3X is echt scheepsrecht.

Cini.

Een driedaagse met maar één thema, vogels kijken. Het begon vrijdag met een dagje torenvalken ringen. Ik kon er twee verschalken. Eentje met en eentje zonder ring. Een beperkte buit. Maar toch een geslaagde dag.

Want ik kon mijn jaarlijst voor de Fruitstreek boven de 50 soorten tillen. En dit dankzij een velduil en twee europese kanaries. Deze waren al een tijdje gesignaleerd in het gebied waar de witkopgors zat (en nog steeds zit). Dus passeerde ik er die dag twee keer. En kon zo ik deze soorten spotten. En raar maar waar, die europese kanaries of cini's zoals ze hier genoemd worden doen mijn hart sneller kloppen dan die velduil. Dat was ooit anders. Toen er in Limburg nog tientallen koppels broedden. Ik hoor de mannetjes hun liedje nog steeds voordragen vanop een topje van een sierden of op een (toen nog veelvuldig voorkomende) tv-antenne. Jammer genoeg verleden tijd.

Leuk was ook mijn (weder-)ontmoeting met meneer witkopgors. Tijdens mijn zoektocht naar de cini's stopte ik met mijn jeep vlak voor de houtkant aan een holle weg. Ik scande de bomen en struiken op zoek naar de europese kanarietjes. Toen er plots vlak voor mijn auto een vogel de weg ophipte. Toen ik deze in mijn kijkerbeeld kreeg was dit toch zeker niet het mannetje witkopgors. Open en bloot nog geen vijf meter voor mij. Ik nam snel een paar (slechte) foto's door de voorruit van de wagen. Want uitstappen durfde ik niet.

witkopgors0001.jpg

Meneer witkopgors.

Kiezen.

Zaterdag had ik twee keuzes. Ofwel ging ik naar Likona waar heel natuuronderzoekend Limburg weer samen kwam. Ofwel ging ik naar de Belgische Vogeldag waar half vogelkijkend Vlaanderen samenkwam. Aangezien in Antwerpen twee sprekers iets kwamen vertellen over ringwerk werd het dus de Vogeldag. (Sorry aan de Likona-ers).

Didier Vangeluwe, hoofd van het ringwerk, bracht een boeiende lezing over het ringen en zenderen van kleine zwanen. Zo blijkt dat deze soms zeer vreemde keuzes maken als ze hun wintergebieden uitkiezen. En Stef van Rijn, een Nederlandse bioloog, vertelde in zijn gekende stijl een verhaal over gezenderde rode wouwen. Een project waar ik met een aantal ringers onrechtstreeks voor een klein stukje heb aan meegewerkt. Door te gaan helpen bij de plaatselijke ringgroep om de pulli te gaan ringen. 

Verder heb ik die dag geleerd dat loofzangers allemaal op elkaar lijken, dat zomertortels met duizenden worden afgeknald, dat een journalist die in Rusland werkt en daar in zijn vrije tijd vogels kijkt moeilijk met een microfoon kan omgaan en dat Arjan Dwarshuis de natte droom van vele vogelkijkers heeft gerealiseerd, een jaar lang vogels kijken over de ganse wereld. Wat een mega-soorten heeft die kerel gezien. 

16143120_1291145704311280_2857975285133114457_n.jpg

Stef bezig met wat hij goed kan, het uitleggen.

De boot in.

Zondag om 4 uur uit bed, twee uur rijden om dan in de vrieskou op een vissersboot te stappen om vogels te gaan kijken. Je moet een beetje gek zijn om deze hobby graag te doen. Gelukkig zat de boot vol met lotgenoten. Dat geeft toch een gevoel dat je niet helemaal tureluur (om het met een vogelnaam te zeggen) bent geworden.

Het werd een schitterende dag. Met een mooi winterzonnetje. Dat echter niet veel soelaas bracht aan de koude tenen en vingers. De rest was bedekt met minstens 5 lagen, dus daar was niet zo een probleem. En een spiegelgladde zee. Hierdoor konden we heel wat vogels zien. Zeekoeten en alken bij de vleet, drieteenmeeuwtjes en jan-van-genten die tijdens het uitgooien van de lekkere visafval een verbeten strijd aangingen en als kersen op de taart een kuifaalscholver die bijna over het dek vloog en een claim van een papegaaiduiker die de adrenaline deed opveren. Deze laatste heb ik echter niet goed genoeg gezien om hem aan mijn lijst toe te voegen.

Maar ook een heleboel zeezoogdieren. Minstens twee zeehonden en maar liefst 88 bruinvissen. Hiervan zag ik er minimaal 20 zelf. Ook witsnuitdolfijnen werden gespot (maar jammer genoeg niet door mij) en een groter exemplaar dolfijn of walvis dat voor heel wat discussie zorgde. Er werd zelfs even gedacht aan orka. 

Op het einde van de dag stond mijn Belgische lijst met 6 soorten extra. Yvon had mij deze tip trouwens al gegeven. Dus een beetje gek doen levert soms toch leuke dingen op. Alvast voor herhaling vatbaar zo een zeetripje.

pelagic jan van gent0001.jpg

Jan-van-Genten, drie op een hoopje.

pelagic jan van gent0001-3.jpg

Vlak voor de duik (die ik niet kon vastleggen)

pelagic jan van gent0001-4.jpg

Schitterende beesten.

pelagic jan van gent0001-5.jpg

Drieteenmeeuw, mooi vleugelpatroon.

pelagic jan van gent0001-6.jpg

Een rijtje zeekoeten.

pelagic alk0001.jpg

Alkje in de vlucht

pelagic zonsondergang0001.jpg

En een mooie zonsondergang als afsluiter.