05-03-17

Brandje blussen.

Pica pica.

Dit weekend eindelijk goed begonnen met het ringen van eksters. Hoewel ik maar een halve dag op pad kon gaan kregen er toch 9 een ring rond hun poot. Op een bepaald moment had ik drie koppels op nog geen 500 meter in mijn handen. "Dan zitten er wel heel veel" hoor ik jullie al hardop denken. Maar volgens mij klopt dit totaal niet. Het is vaak lang zoeken naar nesten. En dat meestal in dicht bebouwde plekken. Industrieterreinen, woonwijken en stedelijk gebied zijn de plekken waar je eksters het vaakst tegenkomt. 

En dit kan soms tot gekke situaties leiden. Mijn kaartjes met info over mijn ringwerk gaan vlot de deur uit. En deze voormiddag moest ik zelfs even wat extra uitleg geven over waarmee ik bezig ben. Een fietsend koppel dacht dat er een vermetele stroper aan het werk was en wilde de politie bellen. Eigenlijk vind ik dit een goede reactie. Want tot op heden bleef het met verbaasde blikken en een "ahja" na mijn uitleg. Een uitleg die trowuens iedereen kan geven, ook gasten met minder goede bedoelingen. Dus ben ik blij met deze opmerkzame vogelvrienden.

Maar mijn uitleg was blijkbaar toch niet overtuigend genoeg. Want even later stopte er een brandweerwagen met bijhorende flikkerlampen aan de kooi. Toen ik snel kwam bijgelopen zaten er al twee brandweermannen op hun hurken mijn lok-ekster te bewonderen. Heel vriendelijke kerels die mij er op attent maakten dat die kooi op het fietspad toch geen goed idee was. Maar inplaats van mij een (eigenlijk een beetje verdiende) uitbrander te geven boden ze mij aan om hun verkeerskegeltjes te gebruiken. Ik sloeg hun aanbod toch maar af en zocht een minder opvallend plekje uit om verder te vangen. 

Linkerhanden.

En dan ben ik fier te mogen aankondigen dat ik, de man die geboren werd met twee linkerpollekes, er eigenhandig in geslaagd ben om een steenuilenkast op te hangen. In Ulbeek was er tijdens de storm van vorig jaar eentje tegen de vlakte gegaan. En de bezorgde eigenaars hadden mij al een paar keer gevraagd wanneer ik ze terug kwam ophangen. Want die uiltjes zijn hun heel dierbaar. Dus toch maar mijn moed bij elkaar geraapt en een poging gedaan om hun uilenflat terug woonklaar te maken. En al zeg ik het zelf. Dat is mij tot mijn verbazing heel goed gelukt. Zeg het nu zelf.

steenuilkast0001.jpg

Mijn meesterwerk.

Dubbele zeven.

Tussendoor probeer ik wat aan mijn jaarlijst te werken. En soms moet je hiermee wat geluk hebben. Tijdens mijn zoektocht naar eksters kreeg ik vanuit de wagen een groepje bruine vogeltjes in een achtertuintje in het vizier. Daar zat zowaar een groepje ringmussen in een struik rond te hippen. Een soort die je tegenwoordig niet zo makkelijk meer kan vinden. Ze worden echt zeldzaam. Ooit was dit anders. De iets rijpere ringers in onze groep vertellen vaak hun verhaal over deze veel voorkomende soort in hun beginjaren. Tot hun frustratie pikten de ringmussen in die tijd bijna alle nestkasten in. De koolmeesjes werden er gewoon uitgekieperd en vervangen door een ringmusnestje. Tegenwoordig ben ik heel gelukkig als bij het openen van een nestkast er stro en pluimjes te voorschijn komen. Eindelijk nog eens een nestje ringmussen. Dus zo een groepje in een tuin is echt een leuke waarneming. Nummer 76 was binnen. 

12570439.jpg

Nr 76, ringmus.

Tegen de middag begon het stevig te regenen. Dus het weekend zat er wat vogeltjes kijken betreft op dacht ik. Maar dat was zonder Stijn gerekend. Die gaf even later een melding door van een paartje zilvermeeuwen dat in de buurt zat. Dus toch nog maar even uit mijn zetel geklauterd en naar Printhagen gereden. Daar kon ik (gelukkig) vanuit de wagen een grote groep meeuwen aanschouwen die druk op zoek waren naar pieren. Heel wat kokmeeuwen met af en toe een stormmeeuw. Dan toch een paar grotere exemplaren. Maar de veel te donkere mantel maakte er duidelijk kleine mantelmeeuwen van. En dan had ik ze plots. Eentje op zijn dode gemak rustig zittend in het gras en de andere rondkijkend als een veldheer over het slagveld. De mooie zilvergrijze mantel en de kenmerkende rode vlek op de ondersnavel. Zelfs met mijn verrekijker hoefde ik niet te twijfelen, zilvermeeuwen. Check, nummer 77 op mijn jaarlijst voor de Fruitstreek.

Tijdens het scannen van deze grote groep meeuwen werd het mij weer maar eens duidelijk dat deze soorten toch moeilijk blijven. Typische adulte exemplaren lukt nog vrij goed. Maar ze hebben de onhebbelijke gewoonte om een drie- tot zelfs vijftal verschillende kleden te dragen bij elk jaartje dat ze ouder worden. En dan lijken ze soms verdomd veel op elkaar. Gooi daar nog een paar ondersoorten bij en je hebt een frustrerende cocktail van moeilijk uit elkaar te houden beesten. Het werd mij nu duidelijk waarom ik de dag ervoor een determinatiegids over meeuwen had besteld op het internet. Oefenen en blijven oefenen.

images.jpeg

Een stukje van de meeuwen-puzzel.

 

02-03-17

Elk jaar hetzelfde liedje.

Het is niet negatief bedoeld. Integendeel. Elk jaar kijk ik weer uit naar de eerste vogel die zijn gekende deuntje laat weerklinken door meestal nog op dat moment koude luchten. En bekend is voor mij soms een probleem. Want vogels herkennen aan hun liedje is niet mijn sterkste punt. Ik ben een op-het-zicht-vogelaar en minder een via-het-oor-herkenner. Collega vogelaars die ik ken kunnen na het horen van één nootje de soort feilloos in hun boekje (momenteel smartphone) noteren. Zelf moet ik elk jaar er weer een beetje inkomen. In het begin is het nog makkelijk. Want in januari is het aantal soorten dat de moed samenraapt om te starten met zingen 's morgens vrij beperkt. De grote lijster is een klassieker. Met zijn melancholisch deuntje geeft hij een eerste teken van de aanstormende lente. Maar naarmate die lente dan ook effectief dichterbij komt stijgt het aantal ochtendlijke zangers heel snel. En dan wordt het voor mij elk jaar weer even moeilijker. Die tjiftjaf lukt nog wel. Maar de deugnieten met een uitgebreider repertoire doen mij elk jaar weer grandioos de mist ingaan. Zo weet ik nu al dat ik een vreemd liedje ga opmerken. Om dan na lang zoeken naar de vertolker van die lentehit gegarandeerd uit te komen bij een koolmees. Ze hebben mij elk jaar bij mijn sjokkedeizen.

zangvogels0001.jpg

Winter of niet, de grote lijster begint er vroeg aan.

Muzikaal schelden.

Weinig soorten zingen het ganse jaar door. Roodborstjes behoren wel tot de bende die geen seizoenen respecteert. De meerderheid start zijn karaokeseizoen zodra er aan nestjes en eitjes moet gedacht worden. Dan is het plots hoog tijd om een goede plek te veroveren en die daarna hardnekkig te verdedigen. En dat doe je door iedereen die ook maar in de buurt komt met veel misbaar uit je territorium te verjagen. En ook door elke dag aan de rest te laten weten dat je er nog bent. Dit is de hoofdreden waarom vogels 's morgens vroeg hun lied ten gehore brengen. En wat wij dan horen als mooie en lieflijke deuntjes zou met ondertitels wel eens kunnen verrassen. Geen romantische gedichten zoals dichters of schrijvers ons probeerden te laten geloven. Maar ordinaire scheldpartijen tegen mogelijke indringers en rivalen die het op hun eega (of in veel gevallen eega's) gemunt hebben. Welke lelijke dingen ze tijdens hun zangpartijtjes naar de kop van soortgenoten gooien kunnen we hier best niet uitschrijven. Maar de boodschap is klaar en duidelijk. Blijf van mijn domein en vrouw af of er zal iets zwaaien, maar dan minder beschaafd denk ik.

zangvogels0001-3.jpg

Winterkoning, een klein vogeltje met een grote mond.

Op komst.

En stilaan zullen de standvogels hun gebieden terug veroveren. En hun gezang laten horen. En daarna komen er ook nog eens de trekvogels bij. Die zijn nu al aan hun lange jaarlijkse terugreis begonnen vanuit hun overwinteringsgebieden. En als die erbij komen is het voor mij helemaal koekenbak. Heel vaak moet ik passen als ik ergens een deuntje hoor vanuit een dichte braamstruik of het ondoorzichtige bladerdek van een boom. Waar betere vogelkijkers dan zonder twijfel een soort noemen moet ik vaak afdruipen zonder notities omdat ik het beestje niet kon ontdekken met mijn verrekijker. 

Wat ik wel weet is dat heel wat soorten elk jaar vroeger aankomen. De opwarming van onze aardkloot wordt hiermee nog maar eens bewezen. Sommige soorten trekken minder ver weg en zijn dan ook sneller terug. En andere hebben hun trekperiode gewoon verschoven. Niet omdat ze dit samen hebben beslist op de conferentie van de trekvogels. Maar omdat ze ten eerste op tijd moeten zijn om een goed broedgebiedje in beslag te nemen. En vooral omdat hun voedselbron door een warmere aardkloot en gewijzigd klimaat vroeger beschikbaar is en ook sneller op zal zijn. Dus je kroost goed grootbrengen is een kwestie van je timing aan te passen aan de omstandigheden. Die evolutie is volledig duidelijk voor wie het wil zien. 

Maar ondanks al die minder leuke vaststellingen van de klimaatverandering kijk ik toch weer uit naar de eerste deuntjes van de tjiftjaf, zwartkop, tuinfluiter, grasmus en elk ander vogeltje dat zingt zoals het gebekt is. Ook al zal ik weer moeten vaststellen dat ik ze toch nog niet allemaal goed genoeg ken. Elk jaar hetzelfde schitterend liedje.

zangvogels0001-2.jpg

Deze ken ik wel, de tjiftjaf.

 

21-02-17

Een kwak zegt kwok.

Een drukke periode hield mij een tijdje van mijn blog. Maar hier zijn we terug. En ondertussen hebben we flink ons best gedaan wat betreft mijn regio-lijst. Met meer dan 70 vogels hebben we de start niet gemist. Maar de zoektocht blijft zoveel leuker dan de score.

Zo kon ik het voorbije weekend de jaarlijkse kwak op mijn lijst zetten. Deze nachtactieve reiger ga je best vlak voor zonsondergang zoeken. En in de Fruitstreek wil dat zeggen naar Halmaal rijden. Elk jaar duikt er in dit kleine wachtbekken deze voor onze streek a-typische soort op. Gewapend met mijn telescoop en fototoestel (want Stijn had ook een foto kunnen maken, dus…) stond ik geduldig te wachten. Dan hoorde ik de roep van een kwak. Maar dit bleek Andre Vanmarsenille te zijn die kwam aanfietsen. Hij kwam ook even polsen maar moest jammer genoeg op bevel van zijn madam vroeger terug naar huis. Ondertussen kleurde de zon stilaan rood en ging stilaan onder net als mijn hoop om de kwak te zien. "Nog even een stukje rondwandelen" dacht ik "en dan naar huis. Volgende keer beter." En dan hoorde ik plots een duidelijke "kwok". Lastig gevallen door een paar kauwtjes kwam een kleine reiger aangevlogen. Daar was mijn kwak voor dit jaar. Hij vloog mooi over mijn hoofd om in te vallen in het wachtbekken. Snel naar de open plek om een foto te nemen. Maar het beestje was jammer genoeg nergens te zien. Dan maar zonder foto naar huis. Ik had hem toch mooi zien overvliegen.

Ik pakte mijn spullen samen en met de telescoop op mijn schouder stapte ik naar de auto. Maar toen ik de bocht omliep keek ik naar een wit en grijze vogel in de top van een kersenboom. Daar zat mijn kwak gewillig te poseren. Ik kreeg ruim de tijd om hem door de telescoop bewonderen. En om een paar foto's te maken. Een kwokkende kwak in een kersenboom. Dat is iets wat je niet elke dag kan zien.

kwak0001-2.jpg

Kwok de kwak.

Snoeiwerk

Ondertussen zit het ringwerk in een wat rustigere periode (bij manier van spreken). De wintervangsten zijn gestaakt omdat de vogels momenteel andere dingen in hun hoofd hebben dan vetbollen en zonnebloempitten. Ook de muizen kregen hun jaarlijks verlof omdat de torenvalkjes niet meer zo talrijk zijn en vaak niet veel reageren op de val. Mijn knaagdiertjes weten wel nog niet dat ze ook in het nakende broedseizoen denkelijk gaan moeten presteren. Wat minder in het veld voor ringwerk. Dus hoog tijd om de ringplek wat aan te pakken. Mijn mini-ruigte werd gemaaid en alle bosjes gesnoeid. Met dank aan mijn jaarlijkse helpers Gert, Etienne en Jan (die laatste twee waren er deze keer niet bij maar waren zeker komen helpen als ze konden) en de nieuwe krachten Wim en zijn zoon Falco (met zo een naam moet je wel ringer worden). Momenteel ligt alles dus al klaar voor de najaarstrek die binnen 5 maanden alweer van start gaat.

ringplek 20170001.jpg

Kortgeknipt en ready.

Zwart-wit.

Ondertussen starten we aan fase "ekster". Deze soort proberen we elk jaar wat op te volgen via ons ringwerk. De lokkers zitten al klaar en de inloopkooi werd uit mijn schuurtje gehaald. De reacties zijn nog niet helemaal enthousiast. Maar dat verandert heel snel. Vorig jaar stond de teller voor deze soort op 35. 

Het blijft echter een soort waar heel wat mensen een verkeerd beeld van hebben. Heel vaak hoor in onderweg "er zitten veel te veel eksters", "neem die krengen maar mee" of "ze eten alle kleine vogeltjes op". En elk jaar probeer ik dit te weerleggen. Eksters hebben inderdaad nestjongen op hun menu staan. Maar dit blijkt maar een heel klein percentage van hun prooien te zijn. Het zijn alleseters. En er zijn zeker niet te veel eksters. Integendeel.

Schermafbeelding 2017-02-21 om 08.37.11.png

Deze grafieken van SOVON tonen duidelijk aan dat het aantal eksters stevig is achteruit gegaan. Zowel de broedpopulatie (links) als de overwinterende exemplaren. Waarom denken de mensen dan dat er toch heel veel eksters zijn ?

Simpel. Ik zie het elk jaar ook zelf. Om eksters te vangen moet je niet in natuurgebieden of velden gaan zoeken. Ze zitten vlak bij de huizen en dan liefst nog in grotere steden. Ik ring het meeste van mijn eksters op de kleine ring in Hasselt. En iedereen ziet die opvallende zwart-witte kerels met hun lange staart en luidruchtig gedrag elke dag. Iedereen kan ook een ekster herkennen want er is geen andere vogel in ons landje die er op lijkt. Dus heeft iedereen de indruk dat er heel veel eksters zijn. Terwijl die vogels die ze elke dag zien de overlevers zijn van een terugval van de soort. Dus geniet van deze prachtig glanzende eksters. Want ook zij gaan stevig achteruit. 

magpie1.jpg