12-11-17

Witter dan wit.

great-egret-14943384953Iy.jpg

Het blijft voor mij telkens toch weer wennen. Rondrijdend in akkergebied plots een witte, opvallende vogel zien op een pas geploegd of geoogst akker. Blauwe reigers, die ben ik al een tijdje gewoon. Maar zo een hagelwitte rakker met zijn lange gele snavel is telkens weer even opnieuw de kijker voor mijn ogen zetten. En dankzij de stilaan oprukkende winter zijn ze weer present. Gelukkig.

Nog niet zo heel lang geleden was zo een waarneming groot nieuws voor vogelkijkend Vlaanderen. Maar tegenwoordig hoort zijn ontdekking niet meer in deze categorie thuis. Ze zijn vrij algemeen. Een status die bij veel vogelkijkers er toe leidt dat ze de waarneming zelfs niet meer noteren. In gebieden met wat grotere vijvers zitten er in de wintermaanden tientallen wit te wezen. Niets bijzonder.

Maar persoonlijk weiger ik om ze vrij algemeen te vinden. Voor mij is een ontmoeting met een grote zilly nog altijd een euforie-momentje. Inderdaad "grote zilly", want een algemene soort krijgt vrij snel een koosnaampje. Of om het in iets stoerdere gangstertaal te zeggen, een nick-name. Wij hebben in ons vogel-repertoire trouwens niet zo heel veel hagelwitte vertegenwoordigers. Als ik even diep nadenk geen enkele eigenlijk. Tenzij een freaky beest dat als albino door het leven sukkelt. En dan vergeet ik even bewust onze zwaantjes en dan bedoel ik niet die op een zware motto die ik liever niet achter mij aankrijg. De leden van deze drijvende familie is inderdaad redelijk wit. Maar toch niet witter dan wit zoals mijn grote zilly. Ze komen er dichtbij. Maar net niet wit genoeg. Daarom blijft voor mij een ontmoeting met mijn grote zilly verre van vrij algemeen. Neen, die is voor mij elke keer weer bijzonder. Bijzonder wit.

03-11-17

Stockholmse vogels.

Een aantal dagen samen met het vrouwtje op bezoek geweest bij mijn zoon die doctoreert in Stockholm. Hoewel we niet echt vogeltjes gingen spotten heb ik toch een paar leuke soorten gezien. Toppertjes waren barmsijzen en een waterspreeuw. En als ik de fraai opgezette exemplaren in het Natuurhistorisch museum mocht meetellen was het zelfs een mega-trip.

Laplanduilen-droom.

Stockholm 20170001-8.jpg

Zo een foto van een laplanduil is een onvervulde droom. Maar deze telt niet want hij zat in een kooi. Maar wat voor een kooi. In een soort Bokrijkse park werden een aantal plaatselijke soorten zoals lynx, wolf en eland getoond aan het publiek. En dit in ruime en zo natuurlijk mogelijk ingerichte verblijven met een heel hoog educatief gehalte. Er zat zelfs een koppeltje witrugspechten (voor mij een nieuwe soort, maar deze tellen jammer genoeg niet mee) in een megakooi. Bij de laplanduilen kon je zelfs door de kooi wandelen en dankzij een tip van Jente konden we er eentje heel mooi bekijken en fotograferen. Geen gehannes met voor de vogels stresserende en onnatuurlijke shows. Gewoon een rustig beest in een zo goed mogelijk ingerichte habitat waar de bezoekers degenen zijn die op een houten plank staan.

Bont.

Het voordeel van vogeltjes kijken in een drukke stad is dat ze vaak heel tam zijn. Zo zag ik heel wat eksters op een paar meter van mij de vuilnisbakken controleren. Bonte kraaien kwam je werkelijk overal tegen. Ze waren duidelijk al druk bezig met het veroveren van een partner om volgend jaar een nestje mee te bouwen. En 's morgens waren ze op zoek naar restjes die Stockholmers de avond ervoor hadden achtergelaten op de stoep. Ze hadden op dat moment totaal geen oog voor die Belg met zijn compact-fototoestel. Geen telelens van 500mm nodig om hier leuke beelden te schieten. 

Stockholm 20170001-21.jpg

Bonte kraai met een voorkeur voor kauwgum.

Toen we een korte wandeling maakten in één van de vele groene longen van deze wereldstad (we waren wat vroeg aan een museum aangekomen) werden we getrakteerd op prachtige waarnemingen van kramsvogels, putters en barmsijzen. De putters kwamen op nog geen 5 meter van mij op een distel hun favoriete zaadjes uit de zaaddoos peuteren. Schuilhutten ? Niet nodig. Stads-natuurfotograaf, dat is misschien nog een gat in de markt ?

Stockholm 20170001-46.jpg

Puttertje zonder vrees.

Opgezet.

Als we een grote stad aandoen staat er steeds een bezoek aan het Natuurhistorisch Museum op het programma. En dat was ook deze keer het geval. Met een bioloog als gids was dit een vaststaand feit. En het was de moeite. Mooi opgebouwde exposities met schitterend in scène gezette  taferelen. Er was zelfs een hoekje voorzien waar het ringwerk werd uitgelegd. En dit met een mistnetje met enkele gevangen opgezette kepen. Een kort fotoverslag.

Stockholm 20170001-26.jpg

Zeearend aan het banket.

Stockholm 20170001-24.jpg

Giervalk in close-up.

Stockholm 20170001-29.jpg

Eén van mijn favorieten, de rode wouw.

Stockholm 20170001-23.jpg

Een hele verzameling kolibrie-balgen.

Stockholm 20170001-28.jpg

Erbarmelijke foto, maar toch leuk zo een jagende ruigpootuil.

Stockholm 20170001-27.jpg

Vaak mooi in scène gezet. Het korhoen heeft deze keer een bijrol als prooi.

Stockholm 20170001-32.jpg

Baltsende auerhoenders, die hoop ik nog ooit levend te zien.

Stockholm 20170001-30.jpg

Wielewaal, lekker strak en knal, maar dan ook echt knalgeel.

Stockholm 20170001-31.jpg

Grauwe gorzen, hopelijk niet de manier hoe wij ze hier binnen een paar jaar enkel nog kunnen zien.

jente pimpel0001.jpg

Met dank aan onze gids, Jente. Die nog even bewijst dat er wel heel tamme vogels in Stockholm zitten.

 

 

23-10-17

Velden zonder helden ?

Na een samenkomst van akkervogel-specialisten was het toch even slikken voor mij. Een niet zo prettige boodschap nam ik terug mee op mijn met 55 minuten vertraging vertrokken treinrit. Wat ooit begon met een project met de titel "Van stakkers van de akkers, naar helden van de velden" leek niet echt de goede kant uit te gaan. Gaan we naar velden zonder helden ?

Grauw.

Wat ik nu wel weet is waarom ze een grauwe gors nu grauw noemen. Want ik vond dit totaal ongepast. Toegegeven, het is niet het kleurrijkste beestje uit het gamma, maar om er dan de term grauw op te plekken vond ik er toch over. Zijn rinkelende zang is alles behalve grauw. En het feit dat hij de regio waar mijn vogelwerkgroep actief probeert te zijn uitkiest als één van de weinige kerngebieden in zijn bestaan vind ook bewonderenswaardig. Neen, grauw verdient hij niet. Maar nu weet ik dat het niet om zijn uiterlijk, zang, gedrag of keuzes gaat. Maar om het feit dat zijn toekomst grauw is. Heel grauw.

grauwe gors0505-4.JPG

Rinkelende grauwe gors, binnenkort verdwenen ?

Zijden draadjes.

Er werd door tal van sprekers een niet zo prettig beeld geschetst van de toekomst van onze akkervogels. En de grauwe gors stond bovenaan de lijst van potentiële slachtoffers. Een wetenschapper plakte er zelfs een voorspelling op, twee jaar kreeg onze rinkelende gast nog van hem. Het gaat dus niet goed met onze akkervogels, maar ik denk dat die boodschap al was doorgekomen. Zijden draadjes, niet opengaande parachutes, mirakels, vrije val,… allemaal termen die op de slides passeerden tijdens  meerdere betogen. 

En wie is de schuldige van al dit onheil ? Natuurlijk denken we dan dadelijk aan de landbouw. Maar is die individuele boer dan de gebeten hond. Ik denk het niet. Want ook zij zijn het slachtoffer van deze malaise. Ook hun aantallen kunnen worden besproken met dezelfde termen. Boeren worden ook een bedreigde soort. De grote schuldige is het totale landbouwsysteen in onze lage landen (en in ganse de "beschaafde" wereld). Op één van de beelden werden alle landen waar landbouw werd bedreven gerangschikt naargelang de intensiviteit van hun manier van landbouw bedrijven. België stond op een beschamende 2de plaats net achter Ierland. En Nederland, een natie waar wij als Belgische akkervogelvolgers toch naar opkeken, staat daar maar één plaatsje achter. Kortom onze landbouw is klote-intensief en de boeren hebben de keuze, meedoen of oprotten. De Boerenbond, gesteund al dan niet openlijk door de politiek, houdt dit systeem met alle middelen in leven. En het interesseert hun geen zak dat die akkervogels uit het landschap verdwijnen. Een landschap dat trouwens ook stilaan zelf verdwijnt.

Hoop.

Moeten we dan alle hoop opgeven ? Neen, zolang er vogeltjes zijn is er hoop. En het feit dat landbouwers, jagers en bedrijfsplanners wel op de afspraak waren op het symposium geeft aan dat er heel wat mensen zijn die wel iets geven voor die akkervogels of de natuur er rond. We gaan gewoon het systeem moeten veranderen. En dat kan alleen van onderuit. En er is nog heel veel werk aan die winkel. Locaal produceren en kopen, anders kopen en consumeren. De vraag van één van de deelnemers wie van de aanwezigen in de zaal zelf bio of lokaal koopt deed heel wat mensen even slikken, inclusief mezelf. Het systeem kan veranderd worden, maar dit zal nog niet voor morgen zijn of voor binnen twee jaar. En dan zijn wij onze grauwe gors kwijt. We gaan hem toch niet laten bijschrijven op de beschamende lijst waar onder andere de witte neushoorn opstaat.

1_northern-white-rhino.jpg

Krijgen we dit beeld in onze akkers met de grauwe gors als onderwerp ?

Strijd.

Dat gaan we niet toestaan. Dus moeten we sneller en efficiënter uit de hoek komen. Akkerreservaten met voldoende omvang en samenwerken met landbouwers in deze gebieden die deze gronden beheren volledig in functie van de te redden soorten. Dat is de enige optie. Het plan Grauwe Kiekendief (ook met grauw in zijn naam, toeval of niet?) is alvast een stevige stap vooruit. Maar zelf ga ik mijn grauwe gors ook niet in de steek laten. Locaal kopen, anders consumeren nog iets bewuster toepassen. En mijn steentje bijdragen aan alle initiatieven die mijn rinkelende zanger kunnen redden. Opgeven staat niet in ons woordenboek. De strijd is nog niet gestreden.