16-07-17

Zot van ali's.

Pas aankomen in een kijkhut en dan dadelijk een woudaap voorbij zien vliegen. Soms zit het wel mee. De twee heren die al in de hut zagen hadden het beestje niet opgemerkt. En toen ik hen het kleine reigertje aanwees dat ondertussen in een wilgje voor het riet was neergestreken werden ze redelijk enthousiast. 

Vissen.

Mijn kijkhutgenoten spraken met elkaar op een fluisterende toon. En ik betrapte mij er op dat ik hen vanuit mijn ooghoek stilletjes zat te begluren. Hun verrekijkers gaven mij duidelijk aan dat dit geen ervaren vogelkijkers waren. Het feit dat ze het woudaapje ook niet konden op naam brengen bevestigde dit. Ook hun ander materiaal gaf geen bijkomend teken van ornithologische kennis. Wel werd elke vogel die voorbij vloog of zwom grondig geïnspecteerd en dan al fluisterend besproken. Vooral aalscholvers bleken populair. En dankzij deze zwarte rakkers kwam ons gesprek uiteindelijk dan toch op gang. "Er vliegen hier wel veel aalscholvers". Waarop mijn repliek "Ja, want hier iets verder zit een hele kolonie. Je ziet het aan de bekakte bomen." Beide niet-op-vogelkijkers-duidende verrekijkers gingen simultaan de richting uit die ik aanwees. "Die moeten toch wel wat vis opeten elke dag". Waarop ik ter verdediging van mijn zwarte visetende vrienden een geruststellend antwoord gaf "dat valt wel mee. Een 200 tot 300 gram per dag denk ik". Ze knikten beiden instemmend en de verrekijkers kwamen weer in aanslag omdat er opnieuw een aalscholver voorbij zweefde. "Mooie vogels, die aalscholvers". "Ja" was mijn korte antwoord, want ik kon dit enkel bevestigen. Ze schonken hun tassen nog eens vol koffie uit hun rode thermos en keken samen naar de volgende voorbijzwevende aalscholver.

Aalscholver_(4375892422)_(2).jpg

Er zit niks.

Ik besloot om even naar een wat verder gelegen kijkhut te wandelen. Daar was het heel rustig met wat meerkoetjes, kuif- en tafeleendjes en wat blauwe reigers op de achtergrond. Maar toen ik twee aalscholvers zag overvliegen moest ik mezelf toch even tot de orde roepen. Bijna was ik getrapt in de valkuil waar menig ervaren vogelkijker inspringt, het "er zit niks"-syndroom. Neen, er zit altijd iets. En wat er zit is dan wel niet die superzeldzame soort waarmee je kan uitpakken bij collega vogelkijkers. Maar "gewone" soorten die het meer dan de moeite waard zijn om je verrekijker er op te richten of zelfs je telescoop er bij te schuiven om ze in detail te bekijken.

Toen ik een halfuurtje later terug langs de eerste kijkhut wandelde kwamen beide heren ook net naar buiten. Hun enthousiasme deed mij glimlachen. "Driehonderd gram per dag, dat vangen wij vaak niet". Nu bleek dat het om twee Bruggelingen ging die met hun eega's op de nabij gelegen camping hun vakantie doorbrachten. Fervente vissers. "Normaal waren we nu aan het vissen, maar we dachten we gaan eens naar de vogeltjes kijken". En daar hadden ze geen spijt van lieten ze mij nog weten. "Bedankt om die ene vogel aan te wijzen. Die hadden we zelf nooit gezien". Dat ze de soort al vergeten waren vond ik niet erg. Hun bedankje deed mij opnieuw glimlachten. "Nu gaan we nog broodjes halen voor de vrouwkes". En weg waren ze.

Zwarte.

Zelf reed ik na een korte wandeling nog even langs in Helshoven. En weer was het geluk aan mijn kant. Pas uit de auto vloog een zwarte ooievaar op aan de vijver. Nog voor ik hem goed in beeld kreeg was hij al verdwenen. In bijna looppas ging ik het gebied binnen om heel kort deze zeldzame doortrekker te kunnen bewonderen zittend op een dode populier. Daarna vertrok hij om zijn tocht naar het warme zuiden verder te zetten. "Mijn voormiddag is geslaagd. Maar jammer dat ik hem niet langer kon bekijken" dacht ik bij mezelf. Om dan weer even terug te denken aan de Brugse vissertjes van daarnet. Daarom zette in mijn telescoop nog even neer en scande de vijver nog eens. Een meerkoet voederde voorzichtig haar jongen, een nijlgans zat wat verborgen in het riet met zes bruin-witte donsbolletjes aan haar voeten en een dodaars dook voortdurend in en uit mijn kijkerbeeld. "Er zit veel" dacht ik bij mezelf. En die zwarte ooievaar is een stevige bonus. Maar zelfs er zonder was mijn voormiddag goed geweest. Een "turturende" zomertortel die zich heel mooi liet bekijken in de top van een boom bevestigde deze gedachte. En een aalscholver die op een afgebroken tak zat haalde bij mij het beeld van die twee enthousiaste gelegenheids-vogelkijkers nog even naar boven. Mijn voormiddag was niet goed geweest, maar super. Met dank aan de Brugse vissertjes.

zwarte ooievaar.jpg

09-07-17

We zetten de TVkes uit.

Het pulli-seizoen zit er bijna op. Enkel nog één nest kerkuilen met denkelijk vier te ringen jongen en we zijn er weer door. De torenvalken of TVkes voor de vrienden heb ik dit weekend kunnen afronden. Met een laat nestje van 4 pulli en een mislukt broedsel met 5 eieren zat de klus voor dit jaar er weer op. 

torenvalk laatste0001-3.jpg

De laatste pulli torenvalk voor 2017.

Goed jaar.

Hoewel ik het gevoel had dat de torenvalken een stuk later waren dan anders bleek dit weer eens totaal verkeerd. Met een gemiddeld legbegin van 1/5 zat ik maar een dag later dan in 2015. En zo blijkt dat 2016 dus een vroeg jaar was. Maar met 123 geringde pulli was het tot op vandaag wel het beste jaar qua aantallen. Zeker als we dit gaan vergelijken met het aantal gecontroleerde nestkasten. Met een bezettingsgraad van 56% scoren we het beste jaar. En van die bezette nestkasten leverde maar liefst 89% een geslaagd broedsel op. Als die broedsels dan ook nog eens gemiddeld 3,8 pulli per nest (2de beste score sinds 2013) zitten dan mogen we zeker spreken van een goed jaar voor "mijn" TVkes.

torenvalken.jpg.png

Aantal geringde pulli tgo gecontroleerde nestkast 2017.

Ribedebie.

Opvallend was wel het aantal nestkasten dat verdwenen of stuk was. De storm van nu net iets meer dan een jaar geleden zal daar ook voor iets tussen zitten. Maar de hoofdreden is dat de nestkasten die wij in een gezamenlijk project met de Wellense Milieuraad en de fruittelers indertijd plaatsten bijna allemaal versleten zijn. Op heel wat plaatsen hing enkel nog de achterzijde tegen de paal of lag de bodem er uit. Of stond dat op het punt van te gebeuren. Zo moesten we twee kasten tijdens het ringen van pulli vervangen door nieuwe kasten omdat ze dreigden uit elkaar te vallen. Eentje deed dat trouwens na het ringen van de pulli. Beide nesten brachten trouwens gezonde pulli voort, gelukkig.

Dus hoog tijd om opnieuw een actie op poten te zetten. Zo zou ik in Wellen (om ergens te beginnen) een kaart willen maken met de bestaande nestkasten om zo fruittelers te kunnen adviseren waar er nog "gaatjes" zijn om kasten bij te plaatsen. Momenteel gebeurt dit met de beste bedoelingen maar zonder veel overleg. Zo staan er soms nestkasten heel dicht bij elkaar waarvan er dan vaak eentje onbewoond blijft. En als we die "gaatjes" willen vullen dan zijn er nieuwe nestkasten nodig. Dus ga ik actief op zoek naar centjes om deze te kunnen maken. Helpende handen had ik al gevonden. Want als ik ze in elkaar moet timmeren komen er gegarandeerd pleisters aan te pas.

302.

Zonder de kerkuiltjes te tellen (je kent het verhaal van de beer en zijn vel) staat de teller van geringde pulli dit jaar op 302. Een stuk minder dan de voorbije jaren. Maar ik heb mij dan ook zo goed als volledig toegelegd op de roofvogels. Enkel een Alkense tuin en mijn eigen tuin leverde wat kleiner grut op met pimpelmezen (24) en koolmezen (12). Aantallen waar collega ringers die ook nestkasten opvolgen eens stevig mee moeten lachen. Daarnaast had ik nog kauwtjes (7). Maar dit waren dan ook weer bijvangsten bij de controles van de steenuilkasten. Een koppeltje kraakte zelfs een nestkast. En zoals je onlangs in het nieuws kon horen mag je die er wettelijk zelfs niet uitzetten. Wat ik trouwens ook niet van plan was. De enige bijkomende niet-roofvogelsoort op mijn lijst was de kievit (11). Een soort die mij ook nauw aan het hart ligt en ik elk jaar toch nog probeer wat te volgen.

Voor de rest dus enkel nog roofvogels. Met als koploper mijn favoriet, torenvalk (123). Gevolgd door de sympathieke steenuiltjes (108) en dan de buizerds (13) met dank aan mijn trouwe klimmers. Dat bleken allemaal kleinere nesten want anders was dit aantal ook een stuk hoger geweest. Ondertussen kregen we trouwens melding van nog een drietal nesten die we hadden kunnen doen. Dus volgend jaar zeker kans op nog meer van deze prachtige beesten. En de rij wordt gesloten met bosuil (4) en kerkuil (hopelijk 4). Als die beer met zijn vel ondertussen niet vertrokken is.

Het nest van bruine kiekendief dat ik volgde is jammer genoeg mislukt. We zijn er zo goed als zeker van dat er eieren werden gelegd. Het vrouwtje bleef heel lang in het gebied en als ze rondvloog was duidelijk de sterke rui te zien. Een typisch signaal dat er gebroed wordt. Maar daarna werd het stil en bleven de volgende waarnemingen van prooioverdrachten uit. Conclusie, broedsel denkelijk mislukt. Jammer, maar niet getreurd. Volgend jaar komen ze misschien terug naar dit leuke gebiedje.

kerkom 5-2-11.jpg

Een blauwe mag ook.

 

 

02-07-17

De witte geest.

Nog 3 regeltjes om mijn lijstje. Een nestje torenvalkjes met kleine jongen, eentje met eieren die hopelijk nog uitkomen en een kerkuil met 4 pulli. Deze laatste in het gebouw dat volgens de naam die ze hem gaven de juiste keuze zou zijn. Hoewel ze in Engeland hem dan weer koppelen aan boerderijen en schuren als de barnowl.

13541395.jpg

                         Foto : Guy Borremans

Geest.

Uilen spreken al eeuwen tot onze verbeelding. De nachtelijk ontmoeting met een geruisloos voorbijvliegende kerkuil levert dan ook bij heel wat mensen een snellere hartslag op. Meestal door het verschieten, maar ongetwijfeld ook door de intense schoonheid van deze nachtelijke jagers. Ooit was het anders. Kerkuilen werden verbonden met geesten, heksen en andere demonen omdat ze zo onheilspellend en mysterieus waren. En als er iets is wat de mens niet helemaal begrijpt dan is het slecht. Dus eindigden vroeger heel wat uilen met nagels vastgespijkerd tegen een staldeur. Daar kwamen dan nog eens de effecten van het gebruik van zwaar vergif zoals DDT bij. Nesten mislukten omdat eieren braken door te dunne schalen. En onze kerkuil werd zeldzaam, heel zeldzaam.

Huurders.

Gelukkig kwam er een beweging op gang die deze trend wilde doorbreken. In heel wat schuren werden nestkasten opgehangen. En ook elke kerk kreeg zijn kastje (zeg maar gerust kast). Want de kerkfabrieken waren in hun strijd tegen de schijtende duiven begonnen met alle kerktorens hermetisch af te sluiten. Niet wetende dat ze daardoor ook hun meest trouwe kerkganger, de kerkuil, de toegang ontzegden. Onder impuls van heel wat uilenfanaten werd waar het kon een nestkast geplaatst boven in de kerktorens of op de kerkzolders met een ingang aan één van de galmgaten. Een zeer arbeidsintensief en soms ook gevaarlijk werkje waar ik enkel de grootste bewondering kan voor tonen. En die acties loonden want de kerkuil kwam terug in onze kerken en boerderijen. De opvolging door plaatselijke ringers bracht het bewijs met elk jaar meer en meer koppels en mooie aantallen geringde jongen. De kerkuil leek gered. 

Touwtje.

Maar toch was de strijd nog niet gestreden. Door het immens drukke wegennet in ons kleine landje komen heel wat kerkuilen aan hun einde als verkeersslachtoffer. Het blijkt de grootste doodsoorzaak bij deze witte geesten. En dan heb je de bedreiging door wat ik noem het Potter-effect. Kerkuilen werden plots aanzien als huisdieren. Want als zo een beroemde vedette in een weliswaar niet-waargebeurde film een kerkuil bezit. Dan moeten de kindjes die ook hebben. En de op centjes beluste medemens zag plots een bron van inkomsten opduiken waar ze nog niet aan gedacht hadden. En waarom die kerkuilen kweken als je ze gewoon kan gaan "oogsten" in door goedbedoelende mensen geplaatste nestkasten. Zo veranderde voor heel wat jonge kerkuiltjes hun bestaan als mysterieuze nachtjager in een zielig afkooksel met een koord rond zijn pootje. Zelf kon ik het bij mijn steenuiltjes (een ander slachtoffer van het Potter-effect) ondervinden toen in 2013 plots uit maar liefst 6 nestkasten de jongen op één week tijd allemaal verdwenen. En dit zonder enig spoor van een natuurlijke predator. Een toverspreuk van een Potter-fan, zonder twijfel.

piepvandaag-kerkuil-in-kooi-dierentuin.jpg

Shows.

Gelukkig is die storm ondertussen wat geluwd. Maar toch zien we op internet nog vaak kerkuilen in de aanbieding staan. En wat nog erger is. Steeds vaker horen we dat er in de natuur uilen opduiken die zeker uit gevangenschap komen. Want die beestjes die totaal geen besef meer hebben van hoe ze moeten jagen vliegen een zo goed als zekere dood tegenmoet. Zeker als ze dan ook nog eens een touw of leren riem moeten meesleuren. 

Ik ben dan ook heel blij dat onze Vogelwerkgroep heeft besloten om de actie die Vogelbescherming Vlaanderen heeft opgezet om roofvogelshows te verbieden te steunen. Ons doel is om in alle gemeentes in ons werkgebied de plaatselijke besturen te overtuigen om dit te doen. Want het zijn die shows die aan heel wat mensen het verkeerde beeld geven over het houden van roofvogels en dus ook kerkuilen. Zo een machtige roofvogel op je hand houden is inderdaad indrukwekkend. En wie is sterk genoeg om door dit beeld te kijken en de negatieve gevolgen te zien van zijn beslissing om zo een dier in huis te halen ? Onze kinderen zeker niet. Die kerels van de vogelshows gaan je dat zeker niet vertellen, integendeel. Want anders verliezen ze hun broodwinning. Buiten het feit dat bij zulke evenementen nachtvogels urenlang in de blakende zon zitten op een blokje hout is vooral hun verkeerde boodschap een bedreiging voor deze soorten. Neen, kerkuilen horen niet thuis in een kooi maar in de vrije natuur om te doen waar ze voor gemaakt zijn. Spectaculair en geruisloos jagend in de nacht. Dat is het beeld dat wij onze jeugd moeten laten zien. Dat is het beeld dat ze moeten hebben van deze majestueuze jagers. 

11433350.jpg

Foto : Lode Van De Velde