01-04-18

Bij Pasen horen eieren.

De paashaas weet mij al lang niet meer wonen en op de ochtend van Pasen moet ik dan ook niet meer met mijn korfje de tuin in om eieren te gaan zoeken. Dus dacht ik bij mezelf, dan ga ik wel elders op zoek naar deze traditionele tractatie. En met succces.

Want op een akkertje waar elk jaar de kieviten om voor mij nog steeds onbekende redenen blijven terugkeren vond ik mijn eerste nestje voor dit seizoen. Wel geen fel gekleurde exemplaren of cholesterolbommetjes van chocolade al dan niet met een verrassing erin. Maar wel echte authentieke kievitseieren. En al dadelijk een vol kwartet. Toch weer een gelukzalig momentje. Dank u wel natuur en mevrouw kievit natuurlijk.

IMG_1587.jpg

Mijn eerste eitjes voor dit broedseizoen.

Horsten

Ik ben trouwens op dit moment vooral bezig met zoeken. Want die geringde pulli worden je niet zomaar in je schoot gegooid. Neen, daar moet je wel iets voor doen. Nesten gaan zoeken bijvoorbeeld. En op dit moment zijn dat horsten. Een stoer woord voor het nest van roofvogels. Tijdens de eerste maanden van het jaar zijn die iets makkelijker (hoewel dit niet de juiste woordkeuze is) te vinden omdat de bomen hun blaadjes nog even opsparen voor de warmere dagen. Want die spreiden ze pas open als ze de zonnestralen kunnen gebruiken om te fotosyntiseren (denkelijk geen echt woord). Dus kan je de nesten nog een tijdje beter zien. Maar daarom heb je ze nog niet gevonden. Want er zijn heel veel bomen waar zo een roofvogel zijn nestje in kan bouwen. En dan bedoel ik echt héél veel. Dus draaien we de rollen om en proberen we onze "prooi" een beetje te verschalken. En dit door elke roofvogel die we zien goed te observeren. En als blijkt dat ze met een tak in de poten of snavel rondvliegen slaat bij ons de paniek toe. Volgen is dan de boodschap. En soms, dus bedoel ik heel vaak ook niet, kom je zo de nestplaats te weten. En dan is het hopen dat ze er ook nog eens eitjes in leggen (al is dat vaak wat later dan de paashaas) en dat er ook nog eens jongen uit komen die dan ook nog eens groot genoeg worden om er een ringetje aan te doen. Als mijn klimmers dan ook nog eens bij het nest geraken natuurlijk. Veel "ook-nog-eensen", maar wel spannend en boeiend. De teller staat voorlopig op 29 op te volgen locaties. Dus ik heb nog wel wat werk aan de winkel. Ondertussen zoeken we nog even verder om mijn lijstje nog wat langer te maken. Vaak op mooie plekjes. Dus heel erg vind ik het zeker niet. Integendeel.

IMG_1583.jpg

Leuk uitzicht om rovers te volgen.

Gepubliceerd.

En dan viel er vrijdag als bonus de nieuwe Natuurpunt Oriolus in de bus. Eentje waar ik deze keer dubbel zo hard naar uitkeek. Want het artikel dat Jente (vooral hij) en ikzelf schreven over de dispersie (moeilijk woord voor wegvliegen van je nest) van Zuid-Limburgse torenvalken stond er in. Wat begon met een stelling van mijzelf op basis van de ervaringen die ik en een aantal collega-ringers hadden met door ons geringde torenvalkjes in een aantal winters groeide na heel wat over en weer gemail, discussies, extra opzoekwerk en herschrijven, herschrijven, herschrijven uit tot een volgens mijn bescheiden mening toch mooi artikel. Op de vooraf doorgemailde pdf vond ik het al iets hebben. Maar nu ik het boekje met ons artikel in mijn handen heb en het in mijn zeteltje thuis kan nalezen ben ik toch wel een beetje fier. Zo een artikel op echt papier in plaats van op een computerscherm is toch nog net iets anders. Ik ben er dan ook eentje van de oude stempel.

IMG_1582.jpg

En dan nog wel op glanzend papier.

 

De commentaren zijn gesloten.