28-01-18

In the pocket(-aalscholver).

Een leuk weekend waar ik mijn eigen regio een beetje in de vergeethoek drumde. Een voormiddagje Hochterdbampd, steenuiltjes controleren, bezoekje aan een dwaalgast (bij deze is dat echt het geval) en een wandeling met de Vogelwerkgroep in Tielt bracht mijn aantal geregistreerde vogels op 9.356 met 88 soorten.

Pocket-formaat.

Een dwergaalscholver die lang bleef pleisteren, dat vraagt om een heuse twitch. Dus reed ik zaterdagnamiddag richting Brussel, want dat beestje had wel een hele rare plek uitgekozen om de winter door te brengen. Mijn gps bracht mij in het drukke centrum van de Brusselse deelgemeente Oudergem. Welbepaald aan een vijver van domein Hertoginnendal (jawel, waar politiekers graag eens samen op de koffie gaan) vlak langs een weg vol met bestuurders die met open mond naar die rare kwieten staarden die met een verrekijker en een tele op de stoep rondwandelden. Zoals zo vaak bleek de vogel toen ik aankwam verdwenen, net ondergedoken. Ik bedoel niet dat hij met een getuigen-beschermingsprogramma een nieuwe identiteit kreeg, neen, hij bevond zich blijkbaar net onder water. Maar na een kwartiertje zoeken kreeg ik van mijn mede-kwieten het sein dat hij terug op zijn favoriete tak zat. En even later keek ik naar mijn tweede dwergaalscholver ooit in België (had er al eentje in 2003 in  het Luikse). En zoals de naam doet vermoeden is het een aalscholver in pocketformaat. Ik beschrijf het als een lief, klein aalscholvertje. De plek waar hij zat is op zijn minst vreemd te noemen. Hoe belandt een dwaalgast in een vijver in een park bijna in het centrum van een grote stad als Brussel ? Dat noemen we de mysteries van de dwaalgastjes.

Dwerg Herman Blockx.jpg

Eén van de 1000den foto's van de dwergaalscholver (foto Herman Blockx)

Geestelijk.

Mijn uitstappen leverden met de pocket-ali erbij zeven nieuwe jaarsoorten op. Halsbandparkiet is dan wel een exoot, maar ik zette ze graag op mijn lijst. Trouwens ondertussen een Brussels export-product. De Maaskant was goed voor waterpieper, dodaars, knobbelzwaan (die zien opstijgen blijft indrukwekkend), brandgans (overvliegende groep van minstens 300) en een groep grote zaagbekken.

Deze laatste soort was zeker één van de high-lights van het weekend. Met zijn mooie roze pastelkleuren zijn de mannetjes mooie verschijningen. Er is een grote, een middelste en dan zou je denken dan is er ook een kleine zaagbek. Mis, want die noemen we om moeilijk te doen dan maar een nonnetje. Waarom ? Weet ik veel, want ik zie er niet dadelijk een geestelijk of spiritueel kantje aan. Wat ik wel zie is een prachtig eendje (pardon, zaagbek, zeg nooit eend tegen een zaagbek). Ik zag een week geleden al een vrouwtje, maar deze keer zat er ook een mannetje prachtig te wezen op de Maas. Wie deze soort heeft ontworpen was een perfectionist avant la lettré. De zwarte strepen op een hagelwitte achtergrond lijken er wel met een ultrafijne kalligrafie-pen op geschilderd. Vooral als ze zich uit het water verheffen wordt duidelijk dat er aan deze nonnetjes heel lang is gewerkt. Kunst in beweging. Daarom dan ook één van mijn favoriete wintergasten die ik al veel te lang niet meer had gezien. Maar bij deze dus rechtgezet.

Nonnnetje Charles Hezunet.jpg

Nonnetje in volle glorie (Foto Charles Hezunet).

De commentaren zijn gesloten.