14-01-18

Mistig blauw.

De teller staat op net geen 5.500 geregistreerde vogels na 2 weken. Niet slecht. Mijn voornemen om dit jaar alle vogels die ik tegenkom te registeren is wel al even bijgesteld naar "zo veel als mogelijk". Want alles registreren is gewoon onbegonnen werk. Zelfs met een futuristisch speeltje als Obsmap waar je je waarneming gewoon kan inspreken. Dus worden alle waarnemingen tijdens mijn wandelingen of autoritten ingegeven en dat is toch al het stevig deel denk ik.

Het gaat ondertussen om 530 waarnemingen met in totaal nu al 76 soorten, waarvan 64 in de Fruitstreek. Deze week deed ik 14 "nieuwe" soorten erbij. Dat tempo zal zeker en vast wel nog dalen. Voor de Fruitstreek kwamen er 7 bij zijnde matkop, steenuil, witte kwik, boomkruiper, aalscholver, goudvink (vrouwtje dat zich mooi liet zien) en waterral. Deze laatste liet zich uitvoerig bekijken op net dezelfde locatie in de Broekbeemd als vorige winter. Dus denkelijk hetzelfde beest dat dit plekje terug komt bezoeken. Honkvast noemen ze iets. Op de Belgische lijst kwam er ook nog bij bergeend, smient, wintertaling, brilduiker, nonnetje en stormmeeuw. Allemaal dankzij een kort bezoekje aan de Maaskant. En natuurlijk een zàààààlige blauwstaart.

Steenuil-soap.

Ondertussen zijn we ook nog bezig met het ringwerk. Voorlopig een mager beestje want de torenvalkjes zijn dun gezaaid en hebben weinig oog voor mijn muisjes. En de voederplek blijft ook dun bevolkt waardoor er voorlopig nog geen plannen zijn om daar eens te ringen. Dus begonnen we maar even aan de steenuiltjes.

IMG_1435.jpg

De eerste voor dit jaar, een steenuiltje.

In deze periode controleer ik al mijn nestkasten op gebreken en om als dat nodig is ze wat te ontdoen van een te dikke laag vuiligheid. Want die kleine viezerikjes kunnen er een boeltje van maken. Dit levert mij dan ook gegarandeerd vieze blikken op als ik met een steenuil-geurtje terug thuis kom. Jammer dat er naast de blog en de vlog geen glog bestaat, een geur-blog. Dan kon ik jullie even laten meegenieten.

En tijdens die controles zijn er soms broedvogels aanwezig die even schuilen in nestkasten. Die kan ik dan checken op de aanwezigheid van een ring en als die ontbreekt ook ringen. Het leuke van zo een controles is dat je heel wat smeuïge verhalen te weten komt. In steenuiltjesland wordt er elk jaar een scenario geschreven dat elke familie- of thuis-scenarist op massa's ideeën zou kunnen brengen. Zo kon ik in een nestkast in Zepperen een koppeltje betrappen waarvan eentje was geringd door een collega ringer in 2011 in Ulbeek. De andere kreeg een ring aangeknepen door mijzelf in 2013 te Hoepertingen. Een verliefd koppeltje uit twee gemeentes dat elkaar vond in Zepperen. In Berlingen was er dan weer een totaal nieuw koppeltje aanwezig. Een ongeringd exemplaar en een in 2017 uitgevlogen steenuiltje dat nog geen 800 meter daarvandaan het levenslicht zag in één van mijn nestkasten.

Maar in de namiddag kon ik mijn controles stopzetten. Want voor het eerst sinds lang kregen we een zonnig weertje. En wie zou er dan nog in zo een donkere nestkast blijven zitten. Zeker niet deze kleine rakkers, bij elke controle zaten de steenuiltjes lekker in het winterzonnetje. Met een pauze van mijn ringwerk tot gevolg.

Twitch in het blauw.

Een pleisterende dwaalgast op nog geen 50 km van mijn deur. Daar durf ik wel een dagje voor uittrekken. In Montzen was al enkele weken een blauwstaart aanwezig die zich blijkbaar goed liet bekijken. Dus zaterdag vroeg vertrokken op weg naar onze Waalse vrienden. De dichte mist zou wel snel optrekken tegen dat ik daar zou aankomen. Maar dat was even verkeerd ingeschat. Want eenmaal Luik voorbij bleek de erwtensoep nog dikker te worden. En toen ik van de autostrade afreed richting Montzen was het helemaal met de neus tegen de voorruit hangen om ook maar iets te zien. De hoop zonk mij stilaan in de schoenen.

IMG_1432.JPG

Dichte soep in de buurt van Montzen.

Het bos waar de blauwstaart was gesignaleerd bleek gelukkig nog redelijk mistvrij. En op een soort van parking stonden al een paar auto's. Gelukkig, ik had al hulp om dit kleine dwaalgastje te ontdekken in het grote bos. Dat het een populair beestje was bleek toen een ouder koppel uit hun auto stapte met een nummerplaat van onze noorderburen. Ze kwamen van Breda en waren onderweg naar Luxemburg. En op de doorreis wilden ze wel even deze leuke soort meepikken. "Want zo een blauwstaart zie je zelf in Nederland niet vaak".

Dat het beestje al gezien was voor ik aankwam gaf nog wat extra hoop. Maar twee vogelkijkers die we na een paar honderd meter tegenkwamen in het bos waren toch al een tijdje op zoek naar onze blauwstaartige vriend. Opsplitsen werd dan ook de gekozen strategie. En het feit dat heel wat van de foto's (en dat waren er al een heleboel) de vogel lieten zien een een vlier deed mij dan ook beslissen om deze plekken wat grondiger te inspecteren. Maar dit leverde voorlopig enkel wat kool- en pimpelmezen en een paartje glanskoppen (ook wel leuk) op. Een goed half uur later zag ik een aantal mensen samen staan en allemaal in dezelfde richting kijken. Enkelen wijzend met hun vinger of turend door een lange fotolens naar hetzelfde plekje. Bij een twitch altijd een goed teken. En inderdaad. Op nog geen 10 meter van mij zat in volle glorie mijn tweede blauwstaart ooit te schitteren in, jawel... een vlierstruik. De volgende momenten was puur genieten. Wat een zààààlig beestje.

Joachim Pintens.jpg

Blauwstaart (foto Joachim Pintens)

Lui.

Wie de naam voor dit kereltje heeft bedacht heeft volgens mij wel niet zo heel veel moeite gedaan. Want hij steekt slechts één kenmerk er in. Die blauwe staart. Terwijl een mannetje in broedkleed toch heel wat meer te bieden heeft. Een pareltje dat ik jammer genoeg nog nooit met mijn eigen ogen kon bewonderen. Het bleef tot op heden met een paar exemplaren in winterkleed, veel bescheidener. Maar voor mij al ruim voldoende om het tempo van mijn hartslag stevig te doen verhogen.

Trouwens is deze beauty familie van onze zwarte en gekraagde roodstaart. Deze twee hebben zoals u al kon vermoeden een rode staart, maar er zit toch nog één extra kenmerk in hun naam. Niet zo heel veel extra moeite. Maar toch al meer dan voor onze voor mij duidelijk onderbedeelde blauwstaart. En wie er ook in die familie zit is ons roodborstje. Ook hier denkelijk dezelfde naamgever. Want qua moeite zitten we op hetzelfde niveau. Dat onze roodborst niet opgezet was met het bezoek van zijn verre neef uit het hoge noorden was wel duidelijk. Hij bleef geagiteerd de voor hem ongenode gast stevig stalken. Gelukkig voor mij (en heel wat andere vogelkijkers) trok de blauwstaart zich daar geen reet van aan. En bleef hij onverstoord prachtig wezen. En daar, moet ik toegeven, is hij verdomd goed in.

 

 

Post een commentaar