06-10-16

Teletijdmachine.

Dankzij een boek dat mijn zoon mij cadeau deed na zijn bezoek aan een tweedehands boekenmarkt kon ik net als de teletijdmachine van professor Barabas een kijkje nemen in het verleden.

"De eieren en nesten van onze vogels" door Van Nes beschrijft namelijk bij heel wat soorten de toestand als broedvogel in die tijd. We flitsen ons terug naar 1953. Weliswaar in Nederland, maar ik denk dat de Belgische stand van zaken ongeveer gelijk was op enkele kustsoorten na.

ec77cdd0-d13d-11e2-9095-522bd22b74bd.jpg

Het bewuste boek, zijn 2€ zeker waard.

Panda-gewijs.

Een aantal soorten die als broedvogel beschreven staan zijn ondertussen jammer genoeg in onze contreien verdwenen. Ik denk dan aan ortolaan die in het boek volgende tekst meekreeg : "ontbreekt vrijwel volledig in West-Nederland. In de overige delen van het land komt hij plaatselijk vrij talrijk voor". Aantal broedparen in Benelux momenteel nada.

Kuifleeuwerik ? Dit jaar gaat Nederland uit zijn dak door één broedpaar. Toen vrij algemeen. Maar ook roodkopklauwier en griel bleken, weliswaar zeldzame, broedvogels. Het neefje van de roodkop, de grauwe klauwier was vrij algemeen. Maar werd toen al omschreven als afnemend. Nu kruipt deze soort bij ons stilaan uit een diep dal. Fluiter toen vrij algemeen, nu hier heel zeldzaam. Snor en grote karekiet idem. En ook nachtegaal kreeg de score vrij algemeen mee. Draaihals wordt vernoemd als broedvogel. Al spreken ze van invasiejaren. Roerdomp kwam toen nog algemeen voor.

Wielewaal was vrij algemeen en de auteur vermeld dat de soort ook in grote tuinen graag broedt. Europese kanarie was toen al zeldzaam en had zijn kerngebied in Zuid-Limburg. Nu echter zo goed als verdwenen als broedvogel.

grauwe klauwier3.jpg

Grauwe klauwier, ooit algemeen.

Onpopulair.

Dat er toen veel meer geschikte weides waren voor soorten als tureluur, grutto en andere weidevogels staat buiten kijf. Ze waren dan ook allemaal talrijke broedvogels. Kemphaan was heel algemeen en zelfs bonte strandloper wordt als broedvogel vermeld. Hetzelfde voor water- en houtsnip. En ook een soort die profiteert van de soortenrijke graslanden was kwartelkoning, algemeen. En dat er nog heide was zorgde dan weer voor de aanwezigheid van korhoen. Maar toen al genoteerd als zeldzaam.

Wel wordt in een hoofdstukje over de wetgeving en jacht vermeld dat al deze soorten op de lijst van het jachtwild staan. Maar ook aalscholver, havik en sperwer waren toen niet echt populair. Ze mochten afgeknald worden. Gelukkig is dat ondertussen veranderd.

Roofvogels bleken trouwens allemaal zeldzaam. Boomvalk, buizerd, havik en sperwer waren dun gezaaid. Enkel bruine kiekendief was vrij algemeen. Net zoals de torenvalk, maar die broedde enkel "als er bomen in de buurt waren" wist de auteur ons te vertellen. Kerkuil en bosuil kwamen ook weinig voor. Deze soorten doen het momenteel bij ons bijna allemaal een stuk beter. Dat is dan toch goed nieuws.

Grauw.

Enkele soorten genoten mijn bijzondere aandacht. Als bewoner van één van de laatste kerngebieden van grauwe gors bekeek ik dit stukje tekst toch iets langer. En wat zie ik. De soort was toen al plaatselijk actief, maar daar waren ze wel vrij algemeen. Nu dus nog iets plaatselijker, maar alles behalve algemeen. 

Zijn neefje, de geelgors, was wel een algemene broedvogel. Nu dus duidelijk niet meer. Een andere soort waar we elk jaar minder broedparen van zien is de zomertortel. Toen nog algemeen. En van de turkse tortel was toen nog geen sprake. 

 grauwe gors3.jpg

Grauwe gors, binnenkort op de lijst van vroegere broedvogels ?

Gezellig.

Bij enkele soorten liet de auteur zijn hart een beetje spreken en hield hij zich niet enkel aan de droge feiten. Zo noemt hij de kauw, trouwens toen al zeer algemeen, een gezellige vogel. Ze zijn dus altijd met veel geweest, niet enkel nu. Bij de roodstaarten spreekt hij over het grauwe roodstaartje en de zwarte roodstaart. Blijkbaar had hij iets meer sympathie voor de eerste soort. Zwarte was trouwens in die tijd zeldzaam.

En voor twee soorten gebruikt hij een andere naam dan nu. Zo bedoelt hij met de kleine bosduif onze huidige holenduif. En wordt de kleine mantelmeeuw beschreven als de kleine zeemeeuw. Wat ze ondertussen duidelijk niet meer is. Want we komen ze regelmatig op onze Limburgse akkers tegen.

_MG_8075.JPG

De kauw gezellig, klopt volledig.

 

 

De commentaren zijn gesloten.