03-04-16

I'll be back.

Nadat ik op 18 maart een eenzaam roepend exemplaar vond in Bernissem was het dit weekend alle hens aan dek met overal tjiftjaffende tjiftjaffen. Het leek wel of ze allemaal samen waren aangekomen. Overal hoorde ik hun kenmerkende zang.

_MG_8288.JPG

Vrijdag in de voormiddag mijn netten een paar uurtjes opengezet en daar waren de tjiffen ook paraat. Vier stuks kon ik vangen waarvan er drie al een ringetje aan hun poot hadden. "Komen trekvogels naar dezelfde plaats waar ze het jaar voordien hebben gebroed?" is een veel gestelde vraag. Tjiftjaffen denk ik van wel. Twee werden door mij geringd in de zomer van 2015 op mijn ringplek. En eentje bleek van april van 2015. Ze nemen "I'll be back" dan ook heel letterlijk. De vogel van 2015 had dus minstens twee vliegtrips naar het zuiden er op zitten. 

Nachtvluchten.

Tjiftjaffen zijn kleine vogeltjes met een bescheiden verenkleed en een gewicht van rond de 6 à 7 gram. Hun jaarlijkse tocht naar het zuiden is dan ook een super prestatie. Ze overwinteren in het zuiden van Spanje en sommige maken zelfs de oversteek naar Marokko. Een kaartje van terugmeldingen door ringers laat dit duidelijk zien.

Schermafbeelding 2016-04-03 om 19.37.11.png

Heel zelden vliegen ze nog iets verder. Dat bewijzen de twee vogels die op deze kaart staan. Eentje aan de grens met Algerije en eentje in Mauritanië. Het zijn nachtrekkers en ze kunnen op een nacht wel 10 uur aan één stuk doorvliegen. Superatleten zijn het die kleine tjiffen.

Een beetje anders.

Het determineren van ondersoorten van tjiftjaf is niet simpel. In het veld worden ze niet vaak gespot. Maar ringers die de vogels in de hand krijgen lukt het vaker. Het makkelijkst kan je ze aan hun geluid onderscheiden. Maar in de hand zingen ze niet natuurlijk. Scandinavische exemplaren luisteren naar de latijnse naam abietinus. Ze hebben veel minder gele en groene tinten dan onze broedvogels, een wittere onderzijde en een duidelijkere, beige oogstreep. Siberische exemplaren hebben tristis in hun naam. Deze zijn nog grijzer dan hun scandinavische neefjes. Je kan enkel wat geel en groen vinden in de vleugelbocht en de randen van slag- of staartpennen. Hun oogstreep is nog donkerder. Kleine verschillen bij kleine vogeltjes.

11251172_1519870734995498_6649196885771424329_o.jpg

Siberische tjiftjaf, vangst van Eddy Colson.

Toptijd.

De aankomst van de vele tjiftjaffen zijn een eerste duidelijk teken. Stilaan komt de lente op kruissnelheid. Met de maanden mei en juni komen er voor ons dan ook superdrukke maanden aan. Elk uurtje van mijn vrije tijd zal denkelijk naar het ringen van vogels gaan. Dit weekend had ik tijdens de controles van de steenuilkasten al koppels met eieren. En vandaag vond ik ook nog een ander nestje met vier eitjes (zie foto). Ik zal weten wat te doen. Maar met plezier. Want het blijft echt een enorm boeiende hobby. 

kievit nest0001.jpg

Ik weet al waarover mijn volgende post gaat gaan.

De commentaren zijn gesloten.