21-02-16

Net geen tweeling.

Het werd een druilerig weekend waardoor het vogeltjes kijken en ringen heel beperkt bleef. Een eerste verkenning van mijn (mogelijke) route om de broedvogels dit jaar nog eens te inventariseren in Bernissem leverde mij al een nat pak op. En ook mijn eerste controles van de steenuilkasten moest ik wegens het gedruppel afblazen. Ze waren trouwens toch niet thuis. En het ringwerk leverde enkel een terugvangst van een vrouwtje sperwer op. Dezelfde vogel van vorig jaar maart kwam nog eens langs in mijn snackbar.

Bureauwerk.

Dus kon ik eindelijk aan het invoeren van oude ringgegevens van onze werkgroep beginnen. Een taak die ik kreeg toegeschoven van de mensen van de Likona Vogelwerkgroep. De vroegere jaren werden alle gegevens opgeschreven in dikke boeken en was er van online ingeven totaal nog geen sprake. Met sierlijke letters werd elke vangst opgeschreven. Een immens werk moet dat geweest zijn. En nu zijn er een aantal mensen (waaronder ikzelf) die al deze gegevens nu invoeren in het programma van het ringwerk. Saai ? Alles behalve. Tijdens het intikken zie ik mijn illustere voorgangers in mijn gedachten bezig. Een datum met maar één vogel ernaast ? Dan zie ik iemand die een ganse voormiddag naar een slagnet zit te staren om dan naar huis te gaan met maar één geringde vogel in zijn boekje. Een duinpieper tussen een reeks graspiepers ? Ik zie diezelfde ringer die het slagnet dichttrekt en vol adrenaline er naartoe snelt omdat er een vreemde pieper tussen zat. Jawel, hij heeft de eerste duinpieper geringd in Tongeren.

duinpieper0504.jpg

Duinpieper, nu ook nog een zeldzame verschijning;

Nestkasten vol.

En zo kom ik tientallen leuke dingen tegen tijdens het ingeven van die oude gegevens. Nog iets wat mij opviel waren de grote aantallen matkoppen die toen geringd werden. Nu moet je al veel geluk hebben om een nestkast tegen te komen waar deze mezensoort zijn nakomelingen in wil grootbrengen. Toen was dat blijkbaar de gewoonste zaak van de wereld. Een bladzijde met vier nestkasten na elkaar met matkop. Daar moest ik toch even bij slikken. En vlak daarvoor had ik al eentje met glanskoppen. Tijden veranderen.

matkop 14-02-2009.jpg

Deze matkop kon ik fotograferen in de Grote Beemd.

Matkop en glanskop lijken trouwens heel erg op elkaar. In het veld ze uit elkaar houden als ze hun bek niet opentrekken is onbegonnen werk. Zelfs de vogels in de hand tijdens het ringen (ik had er in het najaar een paar) is ook al een hele klus. Een paar details in hun verenkleed zijn volgens de vogelgids het enige verschil tussen deze bijna identieke tweeling. Maar in die vogelgids staat wel niet dat die beestjes nooit stil zitten. Ze volgen met je verrekijker levert dan ook voor heel wat vogelkijkers de beginnende symptomen op van iets wat lijkt op zeeziekte. Gelukkig spreken ze allebei een verschillende mezentaaltje. Zingen doen ze niet zo heel vaak. Maar roepen doen ze des te meer. En dan kunnen we ze wel uit elkaar houden. De glanskop roept (volgens mijn vogelgids) "een explosief, hoogtonig, niezend 'pietsjeh' een herhaald, pittig fluitend tsjuu-tsjuu-tsjuu, en een snel nasaal piet-sjeh-sjeh-tsjeh-tsjeh-tsjeh", terwijl zijn broertje de matkop (ook weer volgens diezelfde gids) "een nasaal, langgerekt en rauw dééh-dééh-dééh of zi-zi-déé-déé" ten gehore brengt. Simpel nietwaar ?

Een tip. Doe zoals ik. Zet de geluiden van alle vogels van België op je gsm en neem die mee het veld in. Want als ik één van deze tweeling hoor dan weet ik begot niet meer wie er nu de tsjeh-tsjeh gebruikt en wie de dééh-dééh. Dan maar even checken op mijn gsm en zo komt de juiste soort in mijn broedvogeltelling op de juiste locatie te staan. Wie niet kan onthouden moet slim zijn.

Schermafbeelding 2016-02-21 om 22.18.08.png

Voila, dan kan je nog even oefenen voor je ze gaat zoeken.

De commentaren zijn gesloten.