14-02-16

Eentje met oortjes.

Weer een rustig weekend wat betreft vogelgering. Het weer werkte niet mee en vrijdag deed ik nog eens een ouderwetse inventarisatie. Even kreeg ik het ambitieuze idee om toch eens de natuurgebieden in Wellen volledig te inventariseren. Maar na de opmaak van het schema dat ik dan zal moeten volgen werden die plannen snel opgeborgen. Jammer, want zo een wandeling starten een uurtje voor zonsopgang om dan de natuur met eigen ogen stilaan aan zijn dagtaak te zien beginnen blijft magisch. Voorlopig gaan die plannen mijn "ooit-nog-te-doen-doos" in die tot aan mijn pensionering op de kast blijft staan. Een afgeslankte versie met een paar interessante soorten lukt misschien wel. Maar dat hoor je dan hier wel.

Oortjes.

Daarom had ik niet echt een onderwerp voor de blog in gedachten. Tot dat ik namiddag een nieuwe soort op mijn ringlijst kon zetten. In mijn fuik zat een ransuil mooi te wezen. Want dat kunnen ze. De ransuil is er eentje met oren op zijn kop. Klopt niet helemaal, oorpluimpjes is correcter. Want zijn oren staan ter hoogte van zijn ogen, op verschillende hoogte trouwens om zo in het donker zijn prooi perfect te kunnen lokaliseren. 

ransuil0001-3.jpg

Nieuwe soort op mijn ringlijst, man ransuil.

Geluidsloos.

Uilen zijn trouwens fascinerende beestjes. Zo hoor je ze niet voorbijvliegen. Totaal geruisloos zweven ze door de lucht. Dit doen ze dankzij een speciale verderstructuur. In hun veren missen ze de haakjes die bij andere vogels de pluimen heel stevig maken waardoor ze meer draagkracht krijgen. Onze ransuil (en al zijn neven en nichtjes) heeft een hoop veren meer en die zijn superzacht door het ontbreken van die haakjes. Hierdoor kan de wind er vlotter doorheen bij het vliegen met als resultaat een stille vlucht. Die is trouwens nodig om de muisjes waar ze op jagen te kunnen verrassen. Je moet maar een muis zijn die zorgeloos op pad is en dan plots zo een ransuil op je rug krijgt. Gelukkig is het maar een kort moment dat die muisjes schrik kunnen hebben want die grote klauwen maken er korte metten mee.

ransuil0001-2.jpg

Achteruitkijkspiegel.

Nog een opmerkelijk talent is de soepelheid van hun nek. Een achteruitkijkspiegel staat er dan ook niet op. Ze kunnen hun kop bijna helemaal rond draaien. Ook handig als je vanop je uitkijkpost, of in hun geval rondhoorpost, de omgeving moet afluisteren naar ritselende muisjes. Als een radarschotel draaien ze hun kop rond en vangen zo het kleinste geluid op. De grote ogen zorgen er dan ook nog eens voor dat ze bij heel weinig licht toch veel kunnen zien. Kortweg, spitstechnologie op hoog niveau om tijdens de nacht te kunnen jagen. 

Ik denk dat je na deze feiten met wat meer respect naar deze ransuilen opkijkt. Iemand een uil of uilskuiken noemen is voor mij dan ook geen belediging maar een dik compliment.

De commentaren zijn gesloten.