31-01-16

Wie steelt er in onze akkers ?

Ik stop altijd als ik een kiekendief zie. Niet omdat het een superzeldzame soort is, maar wel omdat het zulke sierlijke en prachtige vogels zijn. Vooral een mannetje blauwe doet mij telkens weer even naar adem happen. Wat een weelde. De blauwe kleur van de rug en de vleugels van deze roofvogels is gewoon uniek en wordt door geen enkele andere soort geëvenaard. En de gitzwarte vleugeltoppen lijken wel in een pot inkt gedoopt. En dan is er natuurlijk hun sierlijke vlucht. Een kiekendief vliegt niet, hij zweeft over de akkers met zijn hangende, lange poten klaar om een onoplettende prooi te klissen. Uren kan ik naar dit schouwspel kijken.

Jammer genoeg blijft het bij de blauwe kiek (want zo mag ik hem ondertussen noemen) meestal bij wintergasten. Af en toe krijg ik nieuws van een zeldzaam broedgeval. Maar deze blijven sporadische en echte blijvers hebben we nog niet. Denkelijk zijn het koppels die onze akkergebieden eens komen testen en dan toch maar besluiten om nadien elders hun kroost groot te brengen. Waar de tekortkomingen zitten weten we voorlopig nog niet. De catering lijkt mij in orde als ik op de stroken waar ik ze zie jagen de muizenholletjes zie. Volgens mij ligt de tekortkoming in de geschikte gewassen of plekken waar ze hun nest willen maken. Ze broeden trouwens op de grond, net als alle andere kiekendieven. Daarom is het vinden van zo een nest superbelangrijk. Want anders worden de jongen telkens door de boer naar de kiekendievenhemel geholpen als hij zijn gewassen maait. Het nest lokaliseren en beschermen met kiekendraad (een naam die slaat op ander pluimvee met minder sierlijke vlucht) is dan een oplossing.

De blauwe heeft trouwens nog familie die ook wel eens bij ons langs komen. De bruine zien we in de zomer het vaakst. Ze broeden graag en in nog behoorlijke aantallen in rietgebieden. En af en toe is er toch een paartje dat het riet inruilt voor andere planten zoals graan, koolzaad of alles wat redelijk hoog staat op dat moment. En dan heb je ook nog de grauwe. Een naamkeuze die ik helemaal niet kan onderschijven. Want deze telg van de kiekendieven-familie kan zeker wedijveren met die schitterende blauwe. De vrouwtjes hebben allemaal een minder opvallende verenkleed, hoewel, als je een vrouwtje van redelijk dichtbij kan bekijken vallen de tientallen schakeringen van wit over beige naar bruin toch ook op.

De naam kiekendief is sowieso een belediging voor deze zwevende juweeltjes. Dief is zeker al heel negatief. En kieken klinkt ook niet echt flatterend. Hun menu bestaat trouwens voor het grootste deel uit muizen en insecten. Je moet dus niet dadelijk al je jong pluimvee binnenroepen als je een kiekendief ziet verschijnen in de lucht. Neen, die naam doet hen echt tekort. Mijn voorstel is om vanaf heden het woord kiekendief te doorstrepen in onze vogelgidsen en te vervangen door "akkerengel". Dat past veel beter op één van mijn favoriete waarnemingen in het Haspengouwse akkerland.

kiek blauwe0001-2.jpg

Blauwe kiek

kiek bruine0001-2.jpg

Bruine kiek

kiek grauwe0001.jpg

Grauwe kiek

De commentaren zijn gesloten.