10-01-16

De kop is er af.

We zijn al goed begonnen aan het nieuwe ringjaar. Het zal je niet verwonderen dat de eerste vogel voor 2016 een torenvalk was. De eerste dagen van het nieuwe jaar konden de muisjes weer genieten van de frisse buitenlucht en af een toe een lange neus maken tegen een gevangen torenvalkje. De teller staat ondertussen al op 14.

                                    torenvalk 1ste0001.jpg

Numero uno van 2016

Wat mij ook opvalt is dat ik plots bijna uitsluitend geringde vogels vang. En dat dit meestal door onze werkgroep geringde exemplaren zijn. Dit in tegenstelling tot vorig najaar, toen waren het heel vaak ongeringde torenvalken. Dit maakt mijn vraagstuk over waar die beestjes rondhangen in de winter nog wat ingewikkelder. Maar de aanvraag om alle terugmeldingen van het KBIN  te krijgen is ondertussen verstuurd. Misschien dat we dan wat antwoorden gaan kunnen geven (of net nog meer vragen)

torenvalken aandeel nieuw-geringd.png

Een grafiek met % per categorie. Januari wel nog maar een paar vangdagen.

Op mijn lijst van geringde vogels ook al een sperwer. Deze kon ik vangen in mijn fuik die ondertussen naar de ringplek is verhuisd. Een mooi 2de jaars vrouwtje kwam deze al een uitproberen. Dus voorlopig al roofvogels wat de klok slaat.

Ondertussen werk ik ook af en toe aan een ander voornemen dat ik pas deed. We zijn nog niet eind januari, dus zijn die voornemens nog steeds van tel. Mijn lijst van mijn local patch de Grote Beemd groeit stilaan aan. Daar zit ik op 42 soorten. De laatste nieuwkomer is de distelvink of putter. Eén van onze meest kleurrijke vinkachtigen. Twee exemplaren waren zo vriendelijk om even in mijn achtertuin te passeren.

De distelvink dankt zijn naam aan zijn lievelingseten, distelzaad. Negen keer op tien kan je ze zien zitten op de pluizige zaaddozen van distels die ze vakkundig uitpluizen met hun spitse snavel. En het is vaak hun kenmerkende roep die hun aanwezigheid verraad. Zo ook die twee beauty's die ik zag.

Hun bijnaam, putter, hebben ze dan weer te danken aan een trucje dat ze deze beestjes vroeger aanleerden. Door hun prachtige kleuren werden ze vaak als kooivogel gehouden. En het waren blijkbaar pientere diertjes. Want hun cipiers leerden hen om hun voedsel dat in een emmertje aan een touwtje aan de kooi hing naar boven te trekken. Net zoals je een emmer uit een put haalt. Een putter dus. Dat ze zo kleurijk zijn maakt hen op dit moment ook begeerde prooien bij minder vriendelijk "vogelliefhebbers". Als er zo een onmens tegen de lamp loopt (wat jammer genoeg veel te weinig gebeurd) dan zitten er heel vaak distelvinken tussen zijn illegaal gevangen vogels.

Hoe ze aan al die kleuren komen is ook een leuk verhaal. Toen onze lieve heer zijn zware week van de schepping een het beleven was besteedde hij ook een paar uurtjes aan het kleuren van alle vogels (dat moet een verdomd snelle schilder geweest zijn). Elke vogel moest langskomen en kreeg vakkundig zijn kleuren opgeschilderd. Jammer genoeg was onze distelvink te laat en was het werk eigenlijk al gedaan. Maar God wilde de laatkomer niet zomaar laten vertrekken en gaf het beestje zijn huidige uitzicht door met elk penseel waar nog wat verf aanhing een stukje van zijn verenkleed te verven. Een mooi verhaaltje dat ik bij menige natuurwandeling waar we het geluk hebben om putters te bekijken graag vertel. Het moeten niet altijd wetenschappelijk verantwoorde feiten zijn.

putter-007.jpg

De commentaren zijn gesloten.