13-08-17

Het kruiperke.

Bernard Dekimpe.jpg

Foto Bernard Dekimpe      

De boomkruiper blijft mij steeds maar verbazen. Zijn vleugeltekening doet mij denken aan een door een houtkunstenaar ingelegd plankjespaneel. En dit met honderden tinten bruin vakkundig uitgemeten en met een ongekende precisie aan elkaar gelijmd. Je kan het echt zelf niet bedenken. Zo mooi.

Dit pocket-spechtje (dat helemaal geen specht is) brengt het grootste deel van zijn leven verticaal door. Met zijn scherpe klauwtjes en stijve staartveren (dat heeft hij dan wel weer geleend bij de spechten) lijkt hij als een magneet langs de stam van de bomen te schuiven. Steeds van onderaan naar boven. Omgekeerd vindt hij blijkbaar maar niks. En als ik hem zie verdwijnt hij meestal naar de achterkant van die stam. Maar wat is nu de achterkant ? Wel dat is de andere kant dan waar ik met mijn verrekijker of vroeger met mijn fototoestel stond om een goed zicht te krijgen op mijn plankjespanelen-kruiperke.

boomkruiper0001-5.jpg

Zijn gebogen snavel is niet zoals bij de spechten een hakmiddel om in de boom te rammen. Neen, de boomkruiper houdt meer van het subtiele detailwerk. Naarstig zoekt hij in elk spleetje van de ruwe schors van zijn gastboom naar iets eetbaars. Al peuterend scharrelt hij zijn kostje bij elkaar. Met een snelheid en gedrevenheid die hem in elke kleuterklas een ADHD-stempeltje zou opleveren.

Zijn nestje bouwt hij dan weer achter een stuk afgebroken schors of een een afgeknakte tak. Daar legt mevrouw kruiper haar roomkleurige en met roze stipjes bedekte eitjes waaruit nog kleinere kruipertjes komen. Alles is trouwens in pocketformaat bij de boomkruipers. Zelfs hun liedjes hebben ze op minidisc gezet. Het werd daarom een kort deuntje met maar een paar noten dat hij ontelbaar keer herhaalt als hij in het voorjaar laat weten waar hij dat jaar zijn nestje gaat bouwen. En een moment dat ik elk jaar weer koester. Want mijn boomkruipertjes wil ik voor geen geld ter wereld missen.

30-07-17

Waar ken ik Stavanger van ?

Net terug van een schitterende trip naar Noorwegen. Het was een familiereis samen met mijn lieftallige echtgenote en twee goede vrienden. Dus geen vogeltjes kijken of toch niet de ganse tijd. De buit bleef dan ook beperkt tot wat Jan-van-Genten (waar de onvermijdelijke vraag kwam waarom die zo eigenlijk heet en niet Piet van Brugge), noordse stormvogels, middelste zaagbek, tureluur met jongen, paapje met jongen en nog wat leuke soorten.

noorwegen0001-10.jpg

Noordse fjorden.

Hoofddoel van de reis waren de indrukwekkende Noordse fjorden. Ze deden hun reputatie van adembenemend zijn alle eer aan. Ook al moesten we toch een aantal dagen varen om ze in al hun glorie te kunnen bekijken. De tussenstops waren ook meer dan de moeite. Maar eentje bleef mij toch door het hoofd spoken. Stavanger, waarom dacht ik dat ik hier al geweest was of dat ik het toch op één of andere manier al was tegengekomen ?

Museum.

Maar bij het bezoek aan dit trouwens schilderachtige stadje werd het mysterie uiteindelijk opgeklaard. Een periode van iets minder weer deed ons besluiten om een museum te bezoeken. Het Stavanger-stadsmuseum werd ons door een plaatselijke gids aangeraden. En bij het binnenstappen van de eerste zaal werd alles plots duidelijk. Daar kreeg ik een mooi gepresenteerde uitleg over het nut en methode van het ringen van vogels. 

noorwegen0001-7.jpg

Stavanger museum.

Nu wist ik waar ik die naam van kende. Ik had al verschillende vogels thuis in mijn handen gehad die een ring droegen met de inscriptie Stavanger. Wat aangeeft dat deze vogel in Noorwegen al door een collega ringer werd voorzien van zijn metalen paspoortje. Het stadje is dus het centrum van de ringcentrale van Noorwegen. En blijkbaar al een heleboel jaren. Hun expositie was trouwens een mooie weergave over het hoe en waarom van het ringwerk. Het bezoek duurde dan ook langer dan gedacht.

noorwegen0001-6.jpg

Oude notitieboekjes. Heel herkenbaar.

noorwegen0001-4.jpg

Een mooie collectie balgen, hier met exotische beestjes.

noorwegen0001-3.jpg

Oehoe, er werden er door het museum 40 geruild tegen een collectie kolibries.

Aflezen.

Nu werd het mij plots ook duidelijk waarom ik in alle havens en stadsparken zoveel meeuwen tegenkwam met kleurringen. De ringers van Stavanger hadden duidelijk niet stilgezeten. Zilvermeeuwen, kleine mantels en drieteenmeeuwen kon ik dankzij met brood gooiende mede-passagiers op de boot netjes aflezen. En soms tot ergernis van mijn medereizigers had ik tijdens de bezoeken aan de stadjes vaak meer oog voor een meeuw die op een grasveldje zat dan voor de overigens mooie gebouwen. Het beestje dan op foto krijgen zodat ik de codes kon aflezen was vaak een grappige missie. Menig toerist of Noor zal wel met de nodige verbazing hebben gekeken naar die kwibus met zijn fototoestel die achter één of andere meeuw aanliep. Maar ik kon er toch een aantal vastleggen. De gegevens ga ik trouwens netjes doorgeven aan het museum. Mijn heel bescheiden bijdrage aan het noordse ringwerk.

noorwegen0001-8.jpg

Kleurring van een kleine mantelmeeuw.

Dichtbij.

Het was by-the-way een schitterende reis die ondanks de vrij korte lijst van gespotte vogels toch zeker mijn top 5 haalt van aan te raden bestemmingen. En om mijn vogelsoorten-honger wat te stillen zette ik tussendoor toch een paar toppers op de foto. Zo zag ik een prachtige visarend (uit de collectie van het Stavanger museum) en eindelijk een auerhoen (in de vitrine van een plaatselijke slager). Zo werd het toch een beetje een vogeltrip.

noorwegen0001-5.jpg

Boze visarend.

noorwegen0001.jpg

Onfortuinlijke auerhoen.

22-07-17

Nationale ganzendag.

Wat doet een ringgroep op de nationale feestdag ? Inderdaad, vogels ringen. Brandganzen deze keer. Voor het derde jaar op rij konden we een aantal brandganzen van een ring voorzien. Een mooi en vooral belangrijk project voor deze soort en ook nuttig onderzoek naar bepaalde virussen.

21 juli 20170001-5.jpg

Kort dag.

Het werd echter een kantje-boordje operatie. Maandag, tijdens een bezoek aan het KBIN met stagiaire Carine om de balgen nog eens te gaan bekijken, kwam Didier nog even langs. De geplande vang-actie in Bichterweerd was afgeblazen omdat er zo goed als geen ganzen zaten dit jaar. "Of wij misschien een andere locatie wisten voor vrijdag?". Een simpele vraag en als het hoofd van het ringwerk iets vraagt dan steken we graag een tandje bij. Na een korte zoektocht op het internet bleek er in Zonhoven een grote groep te zitten. En op de terugweg werd door Eddy en mij al druk gebeld naar mogelijke contactpersonen (gelukkig was Carine chauffeur van dienst). Maar niet dadelijk met concreet resultaat. We wisten ondertussen wel de juiste plek waar de ganzen verbleven.

Diezelfde avond ging ik alvast een kijkje nemen. Het bleek om een privé-tuin te gaan met een grote vijver en minstens 100 brandganzen. Maar de eigenaars gaven niet thuis en een gesprekje met de buren leverde niet zo heel veel extra info op buiten de naam van de eigenaars. Nadat ik dit doorgaf aan Eddy ging die druk op zoek naar een telefoonnummer. Met succes. Maar de bewoonster had toch wel wat argwaan wat die rare kwieten vroegen, haar ganzen komen vangen ? Ze zou het eens aan haar kinderen vragen. Onze hoop om iets geregeld te krijgen kreeg weer een stevige deuk. Tot Eddy mij de dag erna belde met het nieuws dat hij haar zoon aan de telefoon had gehad en dat die het helemaal zag zitten. Operatie brandgans kon doorgaan.

D-day.

Op vrijdagmorgen hadden we een team van een 10tal vrijwilligers samengetrommeld. We kwamen samen aan de woning met vijver en ganzen waar de eigenaars ons enthousiast en in eerste instantie met heel veel vragen stonden op te wachten. En al snel werd de operatie ingezet. Dat er zich een ex-militair in onze rangen bevond kon alleen maar helpen. De strategie werd uitgetekend en dan actie.

21 juli 20170001.jpg

Alles werd in een recordtempo opgebouwd zodat de ganzen konden gevangen worden. In deze periode zijn ze flightless, dit wil zeggen dat ze een korte maar hevige ruiperiode doormaken waardoor ze tijdelijk niet kunnen vliegen. Het moment om ze proberen te vangen. Daardoor worden er nu dan ook over heel het land ganzen gevangen en geringd.

21 juli 20170001-10.jpg

De nieuwe pennen zitten nog in de spoelen.

Met bootjes worden de brandganzen rustig en kalm naar de fuik gedreven. Ze blijven door hun instinct mooi samen. Zelfs vogels die al kunnen vliegen kiezen voor de veiligheid binnen de grote groep inplaats van op de wieken te gaan. Zo lukte het ons om op één gans na (een asociaal exemplaar) de ganse groep te strikken.

21 juli 20170001-4.jpg

21 juli 20170001-2.jpg

Eenmaal de ganzen in de fuik zaten werden de taken verdeeld om alles zo vlug mogelijk geringd en gemeten te krijgen. Heus bandwerk. Mooi op een rijtje en dit in een lekker zonnetje. Zeer zeker een leuke manier om de nationale feestdag door te brengen.

21 juli 20170001-3.jpg

Een geolied team. Huub en Louis gaven de ganzen door. Stefan en onze jonge deerne (wiens naam ik niet heb onthouden, sorry) brachten ze tot bij de lopende band. Eddy bracht de wetenschappelijk ring aan en Carine speelde assistente door de ringen aan te geven. Zij wogen ook de beestjes in een speciaal ontworpen Play-Do emmertje en Carine riep het gewicht door naar mij. Ik was secretaris van dienst. Dan bracht Nicolas de kleurring aan. En tenslotte werden ze door Didier op geslacht gebracht (bij ganzen niet zo moeilijk want die hebben een piemeltje, de mannetjes dan toch) en een aantal maten genomen. Hij nam dan ook nog bloedstalen in kader van onderzoek. Jos tenslotte was paparazzi van dienst. Alle foto's zijn dan ook door hem gemaakt.

21 juli 20170001-7.jpg

Het meten van de kop-snavel maat.

21 juli 20170001-9.jpg

Buisjes om bloedstalen te nemen.

Kleur.

De kleurringen zijn van groot belang. Want zo is het mogelijk om deze vogels te volgen zonder dat ze daarvoor opnieuw moeten gevangen worden. Zo kunnen vogelkijkers die deze kleurringen met verrekijkers of telescopen kunnen aflezen heel nuttige informatie vergaren. Heel wat soorten worden van kleurringen voorzien. Maar het is wel belangrijk om even na te denken of het wel zinvol is. Zo zou dit bij "mijn" torenvalkjes niet echt veel opleveren omdat die heel zelden hun pootjes goed laten zien. In vlucht houden ze die tegen hun lichaam en als ze zitten steken ze meestal mooi verborgen weg onder hun veren. Maar bij brandganzen werkt dit perfect. Zo hadden we trouwens zes vogels die al een ring droegen waarvan vier ook een kleurring. Dus daarvan gaan we te weten komen waar ze vandaan kwamen en als ze al eerder gemeld werden waar ze nog hebben rondgezwommen of gewaggeld (want dat is wat ganzen doen). Meer info over kleurringen kan je trouwens vinden op www.cr-birding.org.

21 juli 20170001-6.jpg

Arctisch.

Na een paar uurtjes was de laatste brandgans geringd. De schattingen van het aantal voor we begonnen waren zoals als steeds veel te laag. Ik had getallen als 50, 60 en een enkeling 75 gehoord. Het waren er uiteindelijk 109. Waarvan 105 "zuivere" dieren inclusief de terugmeldingen. Vier bleken een vreemde vader of moeder te hebben. Twee vermoedelijke hybrides met roodhalsgans, eentje met kleine canadese gans en nog eentje met sporen uit een ver verleden ook denkelijk kleine canada. Iets wat bij ganzen vaak voorkomt. Het stokpaardje van mijn zoon Jente die er zelfs een doctoraat aan wijdde. Deze kruisingen zijn ook vaak vruchtbaar en zo krijg je heel wat gemix met soorten en kenmerken. Volgens hem bezitten alle ganzen wel ergens een spoortje van andere soorten. Dus allemaal hybrides eigenlijk. Maar dat brengt ons dan weer bij een totaal ander onderwerp.

Ondertussen zijn alle ganzen terug op hun privé-vijvertje en kunnen ze hun reis die ze binnenkort willen maken alvast inplannen. Misschien zelfs naar hun oorspronkelijke broedgebied, het arctische noorden. Wij (of jij als je er eentje tegenkomt) gaan ze alvast volgen en wie weet tot nog eens. Goede reis beste brandganzen.

21 juli 20170001-8.jpg

 

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende