21-02-17

Een kwak zegt kwok.

Een drukke periode hield mij een tijdje van mijn blog. Maar hier zijn we terug. En ondertussen hebben we flink ons best gedaan wat betreft mijn regio-lijst. Met meer dan 70 vogels hebben we de start niet gemist. Maar de zoektocht blijft zoveel leuker dan de score.

Zo kon ik het voorbije weekend de jaarlijkse kwak op mijn lijst zetten. Deze nachtactieve reiger ga je best vlak voor zonsondergang zoeken. En in de Fruitstreek wil dat zeggen naar Halmaal rijden. Elk jaar duikt er in dit kleine wachtbekken deze voor onze streek a-typische soort op. Gewapend met mijn telescoop en fototoestel (want Stijn had ook een foto kunnen maken, dus…) stond ik geduldig te wachten. Dan hoorde ik de roep van een kwak. Maar dit bleek Andre Vanmarsenille te zijn die kwam aanfietsen. Hij kwam ook even polsen maar moest jammer genoeg op bevel van zijn madam vroeger terug naar huis. Ondertussen kleurde de zon stilaan rood en ging stilaan onder net als mijn hoop om de kwak te zien. "Nog even een stukje rondwandelen" dacht ik "en dan naar huis. Volgende keer beter." En dan hoorde ik plots een duidelijke "kwok". Lastig gevallen door een paar kauwtjes kwam een kleine reiger aangevlogen. Daar was mijn kwak voor dit jaar. Hij vloog mooi over mijn hoofd om in te vallen in het wachtbekken. Snel naar de open plek om een foto te nemen. Maar het beestje was jammer genoeg nergens te zien. Dan maar zonder foto naar huis. Ik had hem toch mooi zien overvliegen.

Ik pakte mijn spullen samen en met de telescoop op mijn schouder stapte ik naar de auto. Maar toen ik de bocht omliep keek ik naar een wit en grijze vogel in de top van een kersenboom. Daar zat mijn kwak gewillig te poseren. Ik kreeg ruim de tijd om hem door de telescoop bewonderen. En om een paar foto's te maken. Een kwokkende kwak in een kersenboom. Dat is iets wat je niet elke dag kan zien.

kwak0001-2.jpg

Kwok de kwak.

Snoeiwerk

Ondertussen zit het ringwerk in een wat rustigere periode (bij manier van spreken). De wintervangsten zijn gestaakt omdat de vogels momenteel andere dingen in hun hoofd hebben dan vetbollen en zonnebloempitten. Ook de muizen kregen hun jaarlijks verlof omdat de torenvalkjes niet meer zo talrijk zijn en vaak niet veel reageren op de val. Mijn knaagdiertjes weten wel nog niet dat ze ook in het nakende broedseizoen denkelijk gaan moeten presteren. Wat minder in het veld voor ringwerk. Dus hoog tijd om de ringplek wat aan te pakken. Mijn mini-ruigte werd gemaaid en alle bosjes gesnoeid. Met dank aan mijn jaarlijkse helpers Gert, Etienne en Jan (die laatste twee waren er deze keer niet bij maar waren zeker komen helpen als ze konden) en de nieuwe krachten Wim en zijn zoon Falco (met zo een naam moet je wel ringer worden). Momenteel ligt alles dus al klaar voor de najaarstrek die binnen 5 maanden alweer van start gaat.

ringplek 20170001.jpg

Kortgeknipt en ready.

Zwart-wit.

Ondertussen starten we aan fase "ekster". Deze soort proberen we elk jaar wat op te volgen via ons ringwerk. De lokkers zitten al klaar en de inloopkooi werd uit mijn schuurtje gehaald. De reacties zijn nog niet helemaal enthousiast. Maar dat verandert heel snel. Vorig jaar stond de teller voor deze soort op 35. 

Het blijft echter een soort waar heel wat mensen een verkeerd beeld van hebben. Heel vaak hoor in onderweg "er zitten veel te veel eksters", "neem die krengen maar mee" of "ze eten alle kleine vogeltjes op". En elk jaar probeer ik dit te weerleggen. Eksters hebben inderdaad nestjongen op hun menu staan. Maar dit blijkt maar een heel klein percentage van hun prooien te zijn. Het zijn alleseters. En er zijn zeker niet te veel eksters. Integendeel.

Schermafbeelding 2017-02-21 om 08.37.11.png

Deze grafieken van SOVON tonen duidelijk aan dat het aantal eksters stevig is achteruit gegaan. Zowel de broedpopulatie (links) als de overwinterende exemplaren. Waarom denken de mensen dan dat er toch heel veel eksters zijn ?

Simpel. Ik zie het elk jaar ook zelf. Om eksters te vangen moet je niet in natuurgebieden of velden gaan zoeken. Ze zitten vlak bij de huizen en dan liefst nog in grotere steden. Ik ring het meeste van mijn eksters op de kleine ring in Hasselt. En iedereen ziet die opvallende zwart-witte kerels met hun lange staart en luidruchtig gedrag elke dag. Iedereen kan ook een ekster herkennen want er is geen andere vogel in ons landje die er op lijkt. Dus heeft iedereen de indruk dat er heel veel eksters zijn. Terwijl die vogels die ze elke dag zien de overlevers zijn van een terugval van de soort. Dus geniet van deze prachtig glanzende eksters. Want ook zij gaan stevig achteruit. 

magpie1.jpg

 

05-02-17

Hoor wie klopt daar kinderen ?

De beste maand om spechten waar te nemen is zonder twijfel februari. Deze houthakkers komen stilaan op temperatuur voor het broedseizoen en door de nog kale bomen kan je ze nu goed bekijken. Zelf kon ik dit weekend alvast 4 soorten aan mijn jaarlijst toevoegen.

Kleinste.

We gaan van klein naar groot. Een wandeling in de Kevie leverde onze mini-specht op. De kleine bonte specht. Deze is maar net zo groot als een stevige huismus. Het was zijn roep die hem verraadde. En even later kwam hij netjes vlak boven mijn hoofd zitten. De kenmerkende wit en zwart gestreepte rug duidelijk te zien. Check. Want die probeer je best op dit moment te zien. Eenmaal er een nestje is dan worden ze wel heel stil en moeilijk te spotten.

vo_Kleine bonte specht.jpg

Middelste.

Zondag dan naar Jongenbos. De geplande plaatsing van enkele steenuilenkasten werd uitgesteld door het weer en een zere rug. Doel : de middelste bonte specht. Want deze broedt daar jaarlijks. Een tiental jaar geleden was dit een soort die heel donkerrood op de lijst stond. Maar ondertussen zijn ze aan een stevige uitbreiding bezig. Elk bos dat iets of wat geschikt is heeft momenteel zijn middelste bonte. Het bleef bij een korte waarneming onder niet zo schitterende omstandigheden. Maar dankzij de kenmerkende roep werd mijn determinatie nog even bevestigd. Check.

Middelste-bonte-specht.jpg

Superfoto (jammer genoeg niet van mij) van deze soort.

Grote.

Als er een kleine en een middelste is dan moet er natuurlijk ook een grote zijn. Deze is bij de meeste mensen beter gekend. Vooral omdat hij ook wel eens op de voedertafel durft verschijnen. Vooral kokers met pindanootjes vindt hij lekker. Deze soort had ik al eerder op mijn lijst kunnen zetten. Want de roffels die je hoort in een bos zijn meestal van de grote bonte specht. Zijn kekkerende roep zal je ook wel eens gehoord hebben. 

vo_Grote bonte specht.jpg

Mieren.

Nummer vier is de groene specht. Die ook wel als "maarts veulen" door het leven gaat. Dit door zijn hinikkende roep die doet denken (met heel veel verbeelding) aan een veulen. En die hoor je dan heel vaak in maart. Wel, ik hoorde deze dit weekend al. Dus check. 

Deze soort zullen de meeste mensen zeker kennen. Want hij komt vaak op een gazon zitten om dan fanatiek in de bodem te hakken. Zijn doel op zulke momenten is het vinden van een mierennest. Zodra hij een kolonie heeft gevonden hakt hij het nest open en laat de mieren netjes op hem kruipen. Met zijn lange tong zal hij dan de mieren naar binnen spelen. Na ons zwart-witte trio trouwens een heel andere outfit. Van felgroen naar helgeel.

vo_Groene specht.jpg

Zwart beest.

Letterlijk en figuurlijk mijn zwarte beest is de zwarte specht. De grootste van het rijtje en de meest iconische. Vroeger een jaarlijkse broedvogel in Nieuwenhoven. Maar tegenwoordig een moeilijk te spotten soort in de Fruitstreek. Dus die ontbreekt dan ook op mijn jaarlijst. We zullen nog eens een ochtendwandeling moeten plannen in enkele geschikte bossen voor deze zwarte rakker.

zwspecht.jpg

 

29-01-17

Broekbeemd-ral.

+7.

Het werd weer een mooi weekend. Zo kon ik mijn jaarlijst voor de Fruitstreek verhogen naar net geen 60 soorten. Eén wandeling in het Jongenbos was voor een groot deel voldoende. Het is dan ook een schitterend bosgebied vlakbij mijn deur. Een overvliegende aalscholver moest mij al aangegeven hebben dat het een leuke voormiddag zou worden. Dat was nieuwe soort nummer één voor dit weekend.

Goed ingepakt, want het was die dag nog stevig aan het vriezen, ging ik op pad. Bij een groepje grove dennen hoorde ik de typerende roep van kuifmees. Maar ik had toch nog een aantal minuten nodig om ze in beeld te krijgen. Ondertussen had ik wel al bijna alle koolmezen die door de takken rondhipten gezien en begon mijn nek pijn te doen van het omhoog staren. Iets verder deed de ratelende roep van de grote lijster mij weer opkijken. Ze ging zitten in de buurt van de voor haar populaire maretakken. Nummer drie was binnen. Een paar sparren met iets verder struiken overwoekerd door klimop was de volgende strategische stopplaats. En na tien minuutjes had ik de soort die ik hier had verwacht mooi in beeld. Een vuurgoudhaantje. check nummer vier. 

12401097.jpg

Vuurgoudhaantje (foto Tony Parmentier)

Bonus.

Het werd een mooie wandeling die ik al veel eerder had moeten doen. ANB heeft hier schitterend werk verricht met nieuwe bosaanplant afgewisseld met mooie open plekken. Hier ga ik zeker nog terugkomen. Resultaat was een mooie lijst van bossoorten. Op de terugweg maakte ik nog even een ommetje langs het Belle-Vue bos. Niet met de bedoeling om nog een wandeling te maken want het was al vrij laat geworden. Maar dat draaide anders uit. Vlak voor ik aan het bos kwam vloog er voor mijn auto een groepje vogels op van een klein stukje maisstoppel. Ik zag dadelijk dat het om heel compacte beestjes ging met een korte staart. Boomleeuwerik flitste door mijn hoofd. Met mijn verrekijker volgde ik de groep tot hij een paar honderd meters verder neerstreek. Snel de auto aan de kant gezet en het veld opgewandeld. Voor ik ze in mijn kijker kon vangen vlogen ze opnieuw op om iets verder weer neer te gaan. En daar kon ik ze wel goed bekijken. Bleke wenkbrauwstreep, opvallende tekening op de vleugel, korte staart. Alles klopte. Een bonussoort van formaat. Nummer vijf voor die dag.

12658253.jpg

Boomleeuwerik (foto Patrick Keirsebilck)

Merci Gert.

Namiddag ging ik opnieuw mijn les geven over vogels kijken. Deze keer in lagere school De Letterboom in Jesseren. Ook ditmaal waren de leerlingen zeer enthousiast. Ondanks een leuk winterzonnetje bleven ze goed meewerken. Ze verbaasden mij opnieuw door met meer dan de helft van de groep een kanoet-strandloper juist te determineren. Hopelijk heb ik de microbe van het vogels kijken voor enkelen onder hen overgedragen. 

Zaterdag voormiddag was het werken geblazen bij 't Bokje. Met een aantal vrijwilligers gingen we een omgewaaide eik te lijf. Dus geen spoor van vogeltjes deze keer buiten een uitgehakt gat in de onfortuinlijke boom. De ratelende kettingzagen hielden alles mooi op een afstand. Soms moet je offers doen om de natuur te beheren. Vlak na de middag ging ik een afgewaaide steenuilenkast die door de eigenaar van het perceel terug was opgehangen van nestmateriaal voorzien. En wat bleek ? Meneer en mevrouw steenuil waren thuis. Mijn eerste controle van deze soort voor dit jaar was binnen. Het blijft een leuke soort om op te volgen.

blog 29 jan0001.jpg

Mijn eerste steenuil voor 2017.

De rest van de namiddag kon ik getuige zijn van de wereldtitel van Sanne Cant in een heroïsche strijd met Marianne Vos. Geen vogeltjes meer voor vandaag dacht ik. Tot ik een telefoontje kreeg van Gert. "Ik sta hier al vijf minuten naar die waterral te kijken in de Broekbeemd". Snel een jas en mijn laarzen aangetrokken en richting Molenstraat. Daar stond Gert mij op te wachten met de woorden die ik op zo momenten wel vaker hoor. "Hij is net de biezen ingelopen". Maar ik bleef toch hopen op deze nieuwe soort voor "ons" gebied in Wellen. Gert had hem op 9 oktober als eens gezien op dezelfde plaats. Maar toen moest ik tevreden zijn met een mondelinge mededeling. We dachten allebei dat het op dat moment om een toevallige passant ging. Maar blijkbaar had dit beestje de Broekbeemd uitgekozen om te overwinteren. En iets later had ik die pleisteraar ook in beeld. Druk foeragerend liep hij (of zij) op nog geen tien meter voor mij voorbij. Een onverwachte maar schitterende nummer zes voor dit weekend. We hopen dat hij blijft en zorgt voor het eerste broedpaar voor ons gebied. Wie weet ?

12644289.jpg

Waterral (foto Jo De Pauw)

Muizenissen.

Zondag dan weer op pad samen met Eddy om nog wat roofvogels te ringen. De muizen hadden er zin en hopelijk de torenvalken en buizerds ook. Het begin was alvast hoopgevend. De eerste buizerd viel vlot op de val en werd even later, nadat hij eerst Eddy zijn duim had platgeknepen, van een ring voorzien. Wat een majestueuze beesten, zeker als je ze van zo dichtbij kan bekijken. 

blog 29 jan0001-2.jpg

Eerste winter buizerd, een stevige madam.

Het viel ons weer op dat een lichte stijging van de temperatuur plots veel minder buizerds en torenvalken oplevert. Ze gaan dan blijkbaar op zoek naar andere oorden. Het blijft een mysterie. Toch konden we nog een paar valkjes verschalken. En eentje bleek wel heel ver van huis. "Deze heeft een kleurring aan" riep ik naar Eddy toen ik hem uit de val haalde. En dan weet je hoe laat het is. Geringd in Nederland, denkelijk door collega ringer aldaar Peter Das. 's Avonds kwam de bevestiging. Onze Hollander bleek in 2011 in Friesland als pullus geringd te zijn. Altijd leuk. En misschien al een voorteken dat onze Wout Van Aert een paar uur later Mathieu Van der Poel zou kloppen en wereldkampioen worden. En wie werd dan soort nummer zeven van dit weekend ? Wel, een stormmeeuw vlak bij de Kevie in Tongeren kreeg deze eer.

blog 29 jan0001-3.jpg

De Fries die even op bezoek kwam.

 

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende