18-02-18

Ne pallas is ook nie alles.

Een mager weekendje wat betreft aantal vogels en soorten. Maar voor mij toch eentje om te onthouden. Want ik kon een nieuwe soort toevoegen aan mijn Fruitstreek-lijst. En dat gebeurt niet vaak.

Koning.

Op 12/2 kwam een melding binnen van een bladkoning op het vliegveld te Brustem. Een leuke soort, zeker als waarneming in het veld. Maar enkele dagen later kwamen er nog foto's binnen en bleek het om de nog zeldzamere pallas' boszanger te gaan. Een kruinstreep en een bleke stuit maken in dit geval een wereld van verschil. De 2de waarneming voor Limburg voor deze soort. Dat is zeker een zoektochtje waard.

Dus vrijdagmorgen richting Brustem waar bij aankomst al een paar collega vogelkijkers rondliepen. Maar voorlopig hadden zij nog niets gevonden. Alles wees uit dat het geen simpele opdracht zou worden. Een vogeltje van pakweg 6 gram in een houtkant van enkele honderden meters lang met genoeg kreupelhout om een struisvogel in te verstoppen. Na een uurtje haakten er al een paar af wegens werkverplichtingen. Gelukkig kwam er nog wat hulp bij. Maar buiten ronkende automotoren, opstijgende vliegtuigjes en een paar vuurgoudhaantjes bleef de buit pallas-loos. Iets na de middag, na goed drie uur vruchtloos zoeken besloot ik om de zoektocht te staken met de vuurgoudjes als troostprijs (trouwens ook een nieuwe jaarsoort). Ondertussen kregen we het gezelschap van twee Waalse vogelaars. En net voor ik bij mijn wagen was klonk de verlossende "ici, ici". De pallas was teruggevonden. En liet zich dan enkele keren schitterend bekijken. De nieuwe Fruitstreker was een feit.

pallas0001 08.29.06.jpg

Pallas' boszanger (Foto Andre Gaens, één van de ontdekkers)

Meppel.

Maar de hoofdreden dat het aantal waarnemingen dit weekend zo beperkt bleef was vooral een uitstap naar het Nederlandse Meppel. Bijna 300 km enkele reis om naar de bijeenkomst van een Vogelwerkgroep te gaan. Er zijn mensen al voor minder bij een psychiater geweest. Het feit dat ik alleen in de auto zat was voor mij een extra reden om aan mijn trip te twijfelen. En wat doe je dan zo lang alleen in de wagen ? Buizerd tellen langs de autoweg (het waren er 18). En luisteren naar de hits van de jaren 80. 

Wat was mijn excuus voor deze gekke ingeving ? Wel, dat het ging om niet zomaar een Vogelwerkgroepje. Werkgroep Roofvogels Nederland is een fenomeen in vogelkijkend Nederland. Met een hoop leden, enkele kleppers aan het roer (waaronder vogelaarsicoon Rob Bijlsma) en een Landelijke Dag die een rit van 3 uur meer dan waard is. Het leverde mij een heleboel leuke lezingen en nieuwe info op, enkele boeiende gesprekken met roofvogelkenners en een hoop boeken voor in mijn kast thuis. Dit blijft voor mij een jaarlijkse uitstap die met stip in mijn agenda staat.

WRN0001-2.jpg

Mijn boeken-buit, leesvoer voor druilerige dagen.

De lezingen waren weer van heel hoog niveau. Zo kwam ik te weten dat rode wouwen houden van de rommelige manier van leven van onze Oost-Waalse mede-Belgen. Dat grauwe kieken zot zijn van Afrikaanse sprinkhanen. Dat fotografen liever een vale gier "schieten" dan een steppekiek. Dat om een Afrikaanse Vechtarend te ringen je een kieken nodig hebt. Dat de Zoetermeerse Slechtvalken bij het uitkiezen van één van de vier aangeboden nestkasten die kiezen waar je de langste ladder voor nodig hebt. Dat bruine kiekendieven die in graan gaan broeden misschien al een poging in riet achter de rug hebben en dat we er eigenlijk niks van weten. En dat de Nederlanders er voor gaan zorgen dat er de komende jaren een zeearend in België zal komen broeden. En vooral dat mijn passie voor roofvogels er eentje is die nog lang zal blijven bestaan.

11-02-18

Kuifje in Tongeren.

Met 10.810 geregistreerde vogels werd de kaap van de 10.000 vlot gerond. 1.137 waarnemingen en ondertussen 91 soorten. Waarvan 73 in de Fruitstreek. Deze week maar liefst 6 nieuwkomers.

Ruig.

En daar zat een donkerrode soort tussen voor onze regio. De 1ste jaars ruigpootbuizerd was zo vriendelijk om ook bij het begin van dit jaar nog wat te blijven rondhangen in de akkers rond Gingelom. Eén trip was voldoende deze keer om deze soort aan mijn jaarlijst toe te voegen. Het kostte mij wel wat rondgerij in het gebied. Maar toen ik een heuveltje opreed om de akkers eens goed te kunnen overschouwen vloog de ruigpoot op vanaf de akkerrand (of wat er van overbleef) om zich prachtig te laten bekijken, zelfs zonder een verrekijker. Een cirkeltje vlakbij om dan mooi over de auto te zweven was een leuke bonus. 

Sympathiek.

Er was echter een soort die mij nog iets meer plezier deed. De kuifeend. Een zeer algemene (iets minder voor de Fruitstreek) soort, maar ik vind het toch telkens weer een leuke ontmoeting. Mijn eerste voor de Fruitstreek kon ik dit weekend aanschouwen in Tongeren. Op een vijver met een heleboel ander eenden-geweld dat bij het naderen van een broodstrooiende medemens plots massaal in beweging kwam. Dus de herkomst van mijn kuifeendjes is wel wat dubieus. Maar daar ga ik mij geen kuif van aantrekken.

kuifeend0001.jpg

Mannetje kuifeend in volle glorie.

Waarom vind ik die kuifeendjes nu zo leuk ? Dat zit hem volgens mij in de kuif. Vogels met een kuif zijn voor mij per definitie sympathieke beestjes. Misschien heeft dat iets te maken met mijn Belg zijn en omdat één van de nationale iconen een stripfiguur is met een kuif en die dan ook zeer origineel Kuifje werd gedoopt. Ofwel heb ik ooit kennis gemaakt in mijn vroege jeugdjaren met een rockende vetkuif die in mijn onderbewustzijn nog prettige gevoelens oproept ? Wie zal het zeggen.

Vogels met kuiven zijn dus wat mij betreft gewoon de max. En als ik mijn vogelgids opensla en onder de K op zoek ga naar gekuifde exemplaren blijkt die lijst niet zo verschrikkelijk lang. Buiten mijn kuifeend vind ik nog een kuifmees. Nu moet je toch toegeven dat niemand onverschillig kan blijven met een blik op dit sympathieke wezentje. Jammer genoeg geen alledaagse verschijning voor mij. Maar als ik er eentje tegenkom dan stokt mijn adem elke keer. Gewoon een overdosis knuffelgehalte. 

Kuifmees_(Crested_Tit)_(5208828135)_(2).jpg

Kuifmees, toppunt van knuffelgehalte.

Vreemde kuiven.

Voor de rest van de gekuifde exemplaren moet ik al verder in mijn geheugen gaan graven. Of vaak wat verder van huis gaan. De kuifaalscholver is ook weer een knuffeligere versie van onze "gewone" aalscholver. Ik weet dat ik hem kan herkennen aan zijn potloodvormige snavel. Een boekhouders-kenmerk dat in mijn birdwatching-geheugen staat gegrift. Ik heb hem ooit ontmoet aan onze kust.

De kuifduiker kon ik nog niet zo heel lang geleden nog bekijken. Een exemplaar in zomerkleed bleef lang genoeg ronddobberen op de Tiense bezinkingsputten zodat zelfs ik hem kon gaan spotten. En dat was een blitse twitch. Meestal laten deze beestjes zich bekijken in hun ietwat grauwere winterkleedje. Maar dit exemplaar zat mooi te wezen tussen heel wat geoorde fuutjes (toch ook geen onopvallende verschijning) en spatte echt mijn telescoop binnen.

De kuifkoekoek is voor mij op nationaal vlak een dip van formaat. Hij staat op mijn hij-is-net-weggevlogen-lijst. Kilometers gereden om hem net niet te zien. Maar gelukkig kon ik hem wel bewonderen over de landsgrenzen. Hoewel onze eigen lentebode ook wel een tripje dichtbij waard is. De gekuifde versie is dan toch weer eentje van een ander niveau.

En dan de kuifleeuwerik. Ooit een broedvogel die niet zo heel ver van mijn regio kon aanschouwd worden. Meestal op ongewone plekken zoals parkings, industrieterreinen of meer van dat moois. Fier en deftig rondtrippelend zoals enkel een kuifleeuwerik dat kan. Met zijn kuif parmantig opgericht met een air van het kan niet meer. Maar jammer genoeg is dit vervlogen tijd. Die kuif is verdwenen uit ons landje. En om hem deftig te zien doen moet je ondertussen al een stevig stuk rijden. Jammer, want ook die kuif vond ik sympathiek. Als elke kuif die ik ken trouwens.

kuifeend0001-2.jpg

04-02-18

Nul-weekje.

De teller stond stil. Er kwam geen enkele waarneming of soort bij. Want een andere familiegroep uit ons natuur-rijk kwam bij mij op bezoek. En legde mijn activiteiten volledig plat, de eerste dagen zelfs letterlijk. Griep en doodziek (zoals van een "echte" man wordt verwacht) een week binnen. De weinige vogels die ik vanuit mijn zetel zag werden zelfs niet genoteerd. Die energie was er niet. Gelukkig is het nu al weer wat beter en heb ik de moed om de draad weer wat op te nemen. Niet met waarnemingen of lange wandelingen in een prachtig vogelgebied. Maar met het op een rijtje zetten van mijn plannen voor dit en naargelang het plan ook de komende jaren.

Ringen.

E441573 + E441574 kopie.jpeg

Hoofdbrok van mijn planning gaat naar het ringwerk. Want dit is niet alleen zeer belangrijk voor onze vogels, maar ook superplezant en boeiend voor mij. Het feit dat ik een stagiair onder mijn vleugels kreeg zorgt voor heel wat extra energie om hem zo veel mogelijk te laten zien wat dat ringwerk nu allemaal inhoud. Momenteel steenuiltjes. Maar andere soorten als eksters, kieviten, torenvalken, buizerds en alles wat daarna gaat doortrekken staan al in mijn achterhoofd klaar. Mijn voornemen om nog eens wat intensiever op zoek te gaan naar nesten blijft hopelijk niet bij een loze belofte. Vooral de terugval van de merels deed mij dit punt op mijn agenda zetten. De ringplek is alvast volledig gesnoeid en klaar voor een nieuw jaar vogeltjes ringen op mijn eigen plekje.

Torenvalken.

torenvalk jagend0001-2.jpg

Het blijven mijn favorieten. En het artikel dat ik samen met Jente heb gemaakt (en dat ondertussen door heel slimme mensen wordt klaar gemaakt voor publicatie) riep echter meer vragen op dan het antwoorden gaf. De vraag of "mijn" torenvalken gaan overwinteren tegen de taalgrens blijft met een lange reeks vraagtekens openstaan. Van wetenschappers die het kunnen weten kreeg ik ondertussen de melding dat er geen enkel duidelijk bewijs bestaat of dit nu wel of niet het geval is. Van alle vragen die er bij ons opkwamen tijdens ons (beperkte) onderzoekje in functie van het artikel is dit degene die het meest bleef hangen. Dus gaan we ons hierop focussen. Want alles willen te weten komen lukt niet (dat heb ik ondertussen al ondervonden). Een zoektocht naar antwoorden die de komende jaren mijn aandacht gaat krijgen.

Local patch.

IMG_0412 kopie.JPG

Tenslotte ga ik mij verplichten (jawel, we worden streng) om eindelijk eens een gebied deftig en over een lange periode te gaan inventariseren. Enerzijds omdat het boeiende data oplevert en anderzijds omdat ook dit weer bangelijk plezant is. Op aanraden van een goede maat, Pierre, ga ik voor een beperkte oppervlakte. Maar dan wel voor een lange periode. De Broekbeemd, goed 30ha natuur vlak bij mijn deur wordt mijn local patch voor de komende jaren. Het gebiedje ligt pal in het centrum van Wellen omgeven door bebouwing en tegen de Herk. En heeft nog niet zo lang geleden een stevige storm over zich gekregen die het landschap en het gebied helemaal door elkaar heeft gegooid. Mijn bedoeling is om de evolutie van het gebied op te volgen qua beheersingrepen en herstel van de natuur en dit te koppelen aan de broedvogels die er gaan opduiken. Boeiend !!!

After-birding.

En dan is er onze Vogelwerkgroep. Dat begint stilaan een klein succesverhaaltje te worden. Veel volk op onze maandelijkse wandelingen, veel tellers voor ons eigen grote gele kwik projectje, veel schrijvers en helpers voor onze nieuwe website, veel lezers van onze nieuwsbrief en vooral veel plezier als we ergens samen komen. Daar energie insteken is makkelijk en totaal geen opgave. Daar zit die after-birding zeker voor iets tussen.

Gelukkig heb ik voor de rest niets anders te doen.

IMG_1464.JPG

 

 

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende