22-07-17

Nationale ganzendag.

Wat doet een ringgroep op de nationale feestdag ? Inderdaad, vogels ringen. Brandganzen deze keer. Voor het derde jaar op rij konden we een aantal brandganzen van een ring voorzien. Een mooi en vooral belangrijk project voor deze soort en ook nuttig onderzoek naar bepaalde virussen.

21 juli 20170001-5.jpg

Kort dag.

Het werd echter een kantje-boordje operatie. Maandag, tijdens een bezoek aan het KBIN met stagiaire Carine om de balgen nog eens te gaan bekijken, kwam Didier nog even langs. De geplande vang-actie in Bichterweerd was afgeblazen omdat er zo goed als geen ganzen zaten dit jaar. "Of wij misschien een andere locatie wisten voor vrijdag?". Een simpele vraag en als het hoofd van het ringwerk iets vraagt dan steken we graag een tandje bij. Na een korte zoektocht op het internet bleek er in Zonhoven een grote groep te zitten. En op de terugweg werd door Eddy en mij al druk gebeld naar mogelijke contactpersonen (gelukkig was Carine chauffeur van dienst). Maar niet dadelijk met concreet resultaat. We wisten ondertussen wel de juiste plek waar de ganzen verbleven.

Diezelfde avond ging ik alvast een kijkje nemen. Het bleek om een privé-tuin te gaan met een grote vijver en minstens 100 brandganzen. Maar de eigenaars gaven niet thuis en een gesprekje met de buren leverde niet zo heel veel extra info op buiten de naam van de eigenaars. Nadat ik dit doorgaf aan Eddy ging die druk op zoek naar een telefoonnummer. Met succes. Maar de bewoonster had toch wel wat argwaan wat die rare kwieten vroegen, haar ganzen komen vangen ? Ze zou het eens aan haar kinderen vragen. Onze hoop om iets geregeld te krijgen kreeg weer een stevige deuk. Tot Eddy mij de dag erna belde met het nieuws dat hij haar zoon aan de telefoon had gehad en dat die het helemaal zag zitten. Operatie brandgans kon doorgaan.

D-day.

Op vrijdagmorgen hadden we een team van een 10tal vrijwilligers samengetrommeld. We kwamen samen aan de woning met vijver en ganzen waar de eigenaars ons enthousiast en in eerste instantie met heel veel vragen stonden op te wachten. En al snel werd de operatie ingezet. Dat er zich een ex-militair in onze rangen bevond kon alleen maar helpen. De strategie werd uitgetekend en dan actie.

21 juli 20170001.jpg

Alles werd in een recordtempo opgebouwd zodat de ganzen konden gevangen worden. In deze periode zijn ze flightless, dit wil zeggen dat ze een korte maar hevige ruiperiode doormaken waardoor ze tijdelijk niet kunnen vliegen. Het moment om ze proberen te vangen. Daardoor worden er nu dan ook over heel het land ganzen gevangen en geringd.

21 juli 20170001-10.jpg

De nieuwe pennen zitten nog in de spoelen.

Met bootjes worden de brandganzen rustig en kalm naar de fuik gedreven. Ze blijven door hun instinct mooi samen. Zelfs vogels die al kunnen vliegen kiezen voor de veiligheid binnen de grote groep inplaats van op de wieken te gaan. Zo lukte het ons om op één gans na (een asociaal exemplaar) de ganse groep te strikken.

21 juli 20170001-4.jpg

21 juli 20170001-2.jpg

Eenmaal de ganzen in de fuik zaten werden de taken verdeeld om alles zo vlug mogelijk geringd en gemeten te krijgen. Heus bandwerk. Mooi op een rijtje en dit in een lekker zonnetje. Zeer zeker een leuke manier om de nationale feestdag door te brengen.

21 juli 20170001-3.jpg

Een geolied team. Huub en Louis gaven de ganzen door. Stefan en onze jonge deerne (wiens naam ik niet heb onthouden, sorry) brachten ze tot bij de lopende band. Eddy bracht de wetenschappelijk ring aan en Carine speelde assistente door de ringen aan te geven. Zij wogen ook de beestjes in een speciaal ontworpen Play-Do emmertje en Carine riep het gewicht door naar mij. Ik was secretaris van dienst. Dan bracht Nicolas de kleurring aan. En tenslotte werden ze door Didier op geslacht gebracht (bij ganzen niet zo moeilijk want die hebben een piemeltje, de mannetjes dan toch) en een aantal maten genomen. Hij nam dan ook nog bloedstalen in kader van onderzoek. Jos tenslotte was paparazzi van dienst. Alle foto's zijn dan ook door hem gemaakt.

21 juli 20170001-7.jpg

Het meten van de kop-snavel maat.

21 juli 20170001-9.jpg

Buisjes om bloedstalen te nemen.

Kleur.

De kleurringen zijn van groot belang. Want zo is het mogelijk om deze vogels te volgen zonder dat ze daarvoor opnieuw moeten gevangen worden. Zo kunnen vogelkijkers die deze kleurringen met verrekijkers of telescopen kunnen aflezen heel nuttige informatie vergaren. Heel wat soorten worden van kleurringen voorzien. Maar het is wel belangrijk om even na te denken of het wel zinvol is. Zo zou dit bij "mijn" torenvalkjes niet echt veel opleveren omdat die heel zelden hun pootjes goed laten zien. In vlucht houden ze die tegen hun lichaam en als ze zitten steken ze meestal mooi verborgen weg onder hun veren. Maar bij brandganzen werkt dit perfect. Zo hadden we trouwens zes vogels die al een ring droegen waarvan vier ook een kleurring. Dus daarvan gaan we te weten komen waar ze vandaan kwamen en als ze al eerder gemeld werden waar ze nog hebben rondgezwommen of gewaggeld (want dat is wat ganzen doen). Meer info over kleurringen kan je trouwens vinden op www.cr-birding.org.

21 juli 20170001-6.jpg

Arctisch.

Na een paar uurtjes was de laatste brandgans geringd. De schattingen van het aantal voor we begonnen waren zoals als steeds veel te laag. Ik had getallen als 50, 60 en een enkeling 75 gehoord. Het waren er uiteindelijk 109. Waarvan 105 "zuivere" dieren inclusief de terugmeldingen. Vier bleken een vreemde vader of moeder te hebben. Twee vermoedelijke hybrides met roodhalsgans, eentje met kleine canadese gans en nog eentje met sporen uit een ver verleden ook denkelijk kleine canada. Iets wat bij ganzen vaak voorkomt. Het stokpaardje van mijn zoon Jente die er zelfs een doctoraat aan wijdde. Deze kruisingen zijn ook vaak vruchtbaar en zo krijg je heel wat gemix met soorten en kenmerken. Volgens hem bezitten alle ganzen wel ergens een spoortje van andere soorten. Dus allemaal hybrides eigenlijk. Maar dat brengt ons dan weer bij een totaal ander onderwerp.

Ondertussen zijn alle ganzen terug op hun privé-vijvertje en kunnen ze hun reis die ze binnenkort willen maken alvast inplannen. Misschien zelfs naar hun oorspronkelijke broedgebied, het arctische noorden. Wij (of jij als je er eentje tegenkomt) gaan ze alvast volgen en wie weet tot nog eens. Goede reis beste brandganzen.

21 juli 20170001-8.jpg

 

16-07-17

Zot van ali's.

Pas aankomen in een kijkhut en dan dadelijk een woudaap voorbij zien vliegen. Soms zit het wel mee. De twee heren die al in de hut zagen hadden het beestje niet opgemerkt. En toen ik hen het kleine reigertje aanwees dat ondertussen in een wilgje voor het riet was neergestreken werden ze redelijk enthousiast. 

Vissen.

Mijn kijkhutgenoten spraken met elkaar op een fluisterende toon. En ik betrapte mij er op dat ik hen vanuit mijn ooghoek stilletjes zat te begluren. Hun verrekijkers gaven mij duidelijk aan dat dit geen ervaren vogelkijkers waren. Het feit dat ze het woudaapje ook niet konden op naam brengen bevestigde dit. Ook hun ander materiaal gaf geen bijkomend teken van ornithologische kennis. Wel werd elke vogel die voorbij vloog of zwom grondig geïnspecteerd en dan al fluisterend besproken. Vooral aalscholvers bleken populair. En dankzij deze zwarte rakkers kwam ons gesprek uiteindelijk dan toch op gang. "Er vliegen hier wel veel aalscholvers". Waarop mijn repliek "Ja, want hier iets verder zit een hele kolonie. Je ziet het aan de bekakte bomen." Beide niet-op-vogelkijkers-duidende verrekijkers gingen simultaan de richting uit die ik aanwees. "Die moeten toch wel wat vis opeten elke dag". Waarop ik ter verdediging van mijn zwarte visetende vrienden een geruststellend antwoord gaf "dat valt wel mee. Een 200 tot 300 gram per dag denk ik". Ze knikten beiden instemmend en de verrekijkers kwamen weer in aanslag omdat er opnieuw een aalscholver voorbij zweefde. "Mooie vogels, die aalscholvers". "Ja" was mijn korte antwoord, want ik kon dit enkel bevestigen. Ze schonken hun tassen nog eens vol koffie uit hun rode thermos en keken samen naar de volgende voorbijzwevende aalscholver.

Aalscholver_(4375892422)_(2).jpg

Er zit niks.

Ik besloot om even naar een wat verder gelegen kijkhut te wandelen. Daar was het heel rustig met wat meerkoetjes, kuif- en tafeleendjes en wat blauwe reigers op de achtergrond. Maar toen ik twee aalscholvers zag overvliegen moest ik mezelf toch even tot de orde roepen. Bijna was ik getrapt in de valkuil waar menig ervaren vogelkijker inspringt, het "er zit niks"-syndroom. Neen, er zit altijd iets. En wat er zit is dan wel niet die superzeldzame soort waarmee je kan uitpakken bij collega vogelkijkers. Maar "gewone" soorten die het meer dan de moeite waard zijn om je verrekijker er op te richten of zelfs je telescoop er bij te schuiven om ze in detail te bekijken.

Toen ik een halfuurtje later terug langs de eerste kijkhut wandelde kwamen beide heren ook net naar buiten. Hun enthousiasme deed mij glimlachen. "Driehonderd gram per dag, dat vangen wij vaak niet". Nu bleek dat het om twee Bruggelingen ging die met hun eega's op de nabij gelegen camping hun vakantie doorbrachten. Fervente vissers. "Normaal waren we nu aan het vissen, maar we dachten we gaan eens naar de vogeltjes kijken". En daar hadden ze geen spijt van lieten ze mij nog weten. "Bedankt om die ene vogel aan te wijzen. Die hadden we zelf nooit gezien". Dat ze de soort al vergeten waren vond ik niet erg. Hun bedankje deed mij opnieuw glimlachten. "Nu gaan we nog broodjes halen voor de vrouwkes". En weg waren ze.

Zwarte.

Zelf reed ik na een korte wandeling nog even langs in Helshoven. En weer was het geluk aan mijn kant. Pas uit de auto vloog een zwarte ooievaar op aan de vijver. Nog voor ik hem goed in beeld kreeg was hij al verdwenen. In bijna looppas ging ik het gebied binnen om heel kort deze zeldzame doortrekker te kunnen bewonderen zittend op een dode populier. Daarna vertrok hij om zijn tocht naar het warme zuiden verder te zetten. "Mijn voormiddag is geslaagd. Maar jammer dat ik hem niet langer kon bekijken" dacht ik bij mezelf. Om dan weer even terug te denken aan de Brugse vissertjes van daarnet. Daarom zette in mijn telescoop nog even neer en scande de vijver nog eens. Een meerkoet voederde voorzichtig haar jongen, een nijlgans zat wat verborgen in het riet met zes bruin-witte donsbolletjes aan haar voeten en een dodaars dook voortdurend in en uit mijn kijkerbeeld. "Er zit veel" dacht ik bij mezelf. En die zwarte ooievaar is een stevige bonus. Maar zelfs er zonder was mijn voormiddag goed geweest. Een "turturende" zomertortel die zich heel mooi liet bekijken in de top van een boom bevestigde deze gedachte. En een aalscholver die op een afgebroken tak zat haalde bij mij het beeld van die twee enthousiaste gelegenheids-vogelkijkers nog even naar boven. Mijn voormiddag was niet goed geweest, maar super. Met dank aan de Brugse vissertjes.

zwarte ooievaar.jpg

09-07-17

We zetten de TVkes uit.

Het pulli-seizoen zit er bijna op. Enkel nog één nest kerkuilen met denkelijk vier te ringen jongen en we zijn er weer door. De torenvalken of TVkes voor de vrienden heb ik dit weekend kunnen afronden. Met een laat nestje van 4 pulli en een mislukt broedsel met 5 eieren zat de klus voor dit jaar er weer op. 

torenvalk laatste0001-3.jpg

De laatste pulli torenvalk voor 2017.

Goed jaar.

Hoewel ik het gevoel had dat de torenvalken een stuk later waren dan anders bleek dit weer eens totaal verkeerd. Met een gemiddeld legbegin van 1/5 zat ik maar een dag later dan in 2015. En zo blijkt dat 2016 dus een vroeg jaar was. Maar met 123 geringde pulli was het tot op vandaag wel het beste jaar qua aantallen. Zeker als we dit gaan vergelijken met het aantal gecontroleerde nestkasten. Met een bezettingsgraad van 56% scoren we het beste jaar. En van die bezette nestkasten leverde maar liefst 89% een geslaagd broedsel op. Als die broedsels dan ook nog eens gemiddeld 3,8 pulli per nest (2de beste score sinds 2013) zitten dan mogen we zeker spreken van een goed jaar voor "mijn" TVkes.

torenvalken.jpg.png

Aantal geringde pulli tgo gecontroleerde nestkast 2017.

Ribedebie.

Opvallend was wel het aantal nestkasten dat verdwenen of stuk was. De storm van nu net iets meer dan een jaar geleden zal daar ook voor iets tussen zitten. Maar de hoofdreden is dat de nestkasten die wij in een gezamenlijk project met de Wellense Milieuraad en de fruittelers indertijd plaatsten bijna allemaal versleten zijn. Op heel wat plaatsen hing enkel nog de achterzijde tegen de paal of lag de bodem er uit. Of stond dat op het punt van te gebeuren. Zo moesten we twee kasten tijdens het ringen van pulli vervangen door nieuwe kasten omdat ze dreigden uit elkaar te vallen. Eentje deed dat trouwens na het ringen van de pulli. Beide nesten brachten trouwens gezonde pulli voort, gelukkig.

Dus hoog tijd om opnieuw een actie op poten te zetten. Zo zou ik in Wellen (om ergens te beginnen) een kaart willen maken met de bestaande nestkasten om zo fruittelers te kunnen adviseren waar er nog "gaatjes" zijn om kasten bij te plaatsen. Momenteel gebeurt dit met de beste bedoelingen maar zonder veel overleg. Zo staan er soms nestkasten heel dicht bij elkaar waarvan er dan vaak eentje onbewoond blijft. En als we die "gaatjes" willen vullen dan zijn er nieuwe nestkasten nodig. Dus ga ik actief op zoek naar centjes om deze te kunnen maken. Helpende handen had ik al gevonden. Want als ik ze in elkaar moet timmeren komen er gegarandeerd pleisters aan te pas.

302.

Zonder de kerkuiltjes te tellen (je kent het verhaal van de beer en zijn vel) staat de teller van geringde pulli dit jaar op 302. Een stuk minder dan de voorbije jaren. Maar ik heb mij dan ook zo goed als volledig toegelegd op de roofvogels. Enkel een Alkense tuin en mijn eigen tuin leverde wat kleiner grut op met pimpelmezen (24) en koolmezen (12). Aantallen waar collega ringers die ook nestkasten opvolgen eens stevig mee moeten lachen. Daarnaast had ik nog kauwtjes (7). Maar dit waren dan ook weer bijvangsten bij de controles van de steenuilkasten. Een koppeltje kraakte zelfs een nestkast. En zoals je onlangs in het nieuws kon horen mag je die er wettelijk zelfs niet uitzetten. Wat ik trouwens ook niet van plan was. De enige bijkomende niet-roofvogelsoort op mijn lijst was de kievit (11). Een soort die mij ook nauw aan het hart ligt en ik elk jaar toch nog probeer wat te volgen.

Voor de rest dus enkel nog roofvogels. Met als koploper mijn favoriet, torenvalk (123). Gevolgd door de sympathieke steenuiltjes (108) en dan de buizerds (13) met dank aan mijn trouwe klimmers. Dat bleken allemaal kleinere nesten want anders was dit aantal ook een stuk hoger geweest. Ondertussen kregen we trouwens melding van nog een drietal nesten die we hadden kunnen doen. Dus volgend jaar zeker kans op nog meer van deze prachtige beesten. En de rij wordt gesloten met bosuil (4) en kerkuil (hopelijk 4). Als die beer met zijn vel ondertussen niet vertrokken is.

Het nest van bruine kiekendief dat ik volgde is jammer genoeg mislukt. We zijn er zo goed als zeker van dat er eieren werden gelegd. Het vrouwtje bleef heel lang in het gebied en als ze rondvloog was duidelijk de sterke rui te zien. Een typisch signaal dat er gebroed wordt. Maar daarna werd het stil en bleven de volgende waarnemingen van prooioverdrachten uit. Conclusie, broedsel denkelijk mislukt. Jammer, maar niet getreurd. Volgend jaar komen ze misschien terug naar dit leuke gebiedje.

kerkom 5-2-11.jpg

Een blauwe mag ook.

 

 

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende