06-01-17

De balans 2016

Uno.

De eerste ring is al geplaatst voor dit jaar. Een voormiddagje rondrijden onder een koud winterzonnetje leverde één mannetje torenvalk op. Ik heb de indruk dat ik er in onze regio heel wat in mijn handen heb gehad. En aan de reacties van andere torenvalken die mijn val hardnekkig negeerden te zien zou dat wel eens kunnen kloppen. Maar we zijn er dus terug aan begonnen. Op naar hopelijk opnieuw een schitterend ringjaar.

torenvalk 20170001.jpg

Dit is 'm, nummer 1 voor 2017.

2.929

Een nieuw jaar dus tijd om de balans van 2016 op te maken. Ik kon 2.929 vogels een ring om de poot doen. Een minder jaar, maar dat was blijkbaar een algemeen gegeven bij alle ringers. Daarnaast had ik ook nog eens 313 terugmeldingen. Dit zijn vogels die ik ving en die al geringd waren. Het grootste deel door mijzelf, maar er waren toch ook 69 "vreemde" terugmeldingen bij. Die werden geringd door iemand anders en soms ook buiten onze landsgrenzen. Die eigen terugmeldingen zijn vaak vogels die ik hetzelfde jaar heb geringd. Maar ook vogels die in een verder verleden een ring van mij kregen aangemeten. Dat zijn trouwens de interessantste controles.

Een aantal soorten verdienen een extra vermelding. Zo gingen er 210 torenvalken door mijn handen. 91 pulli in de nestkasten, 70 adulte vogels in de winterperiode en daar nog eens 49 terugmeldingen bij. Het blijft mijn favoriete soort. Steenuiltjes deden het ook niet slecht met in totaal 174 vogels. Hiervan waren er 127 pulli, 17 adulte en 30 terugvangsten. Dat 2016 het jaar van de kievit was zorgde er voor dat ik er 60 te pakken kreeg. Pulli waren er 39, adulte 16 en toch 5 terugmeldingen. Dit waren alle vijf pulli die ik iets ervoor had geringd. Goed nieuws, want de overleving van kieviten is bedroevend laag. Dieptepunt waren de buizerds met slechts 3 geringde pulli. Dit had vooral te maken met het uitvallen van mijn beide klimmers. Gelukkig was Etienne terug paraat toen we gingen helpen met het ringen van rode wouwen. Trouwens ook een hoogtepunt in mijn vorige ringjaar.

En dan waren er de kersen. Met stip op één mijn eerste snor op mijn ringplek thuis. Minder onverwacht, maar ook leuk was mijn eerste ijsvogel. Een ransuil in de fuik, 33 gekraagde roodstaarten, 4 draaihalzen en een bladkoning. Allemaal adrenaline-momentjes.

snor0001.jpg

"Mijn" snor.

Groepswerk.

Ook de bilan (overzicht geringde vogels) van onze werkgroep Tongeren kreeg ik al door gemaild. We sloten het jaar af met 21.337 geringde vogels. Waarvan 2.587 pulli en 18.750 vliegende. Een minder jaar, maar dat was zoals al eerder gezegd overal het geval.

Hier ook wat kersen op de ringtaart. 391 torenvalken, 402 steenuilen, 3 pulli van oehoe, grote karekiet, 2 orpheusspotvogels en 360 gekraagde roodstaarten. Maar het hoogtepunt van 2016 was voor onze werkgroep zonder twijfel de vangst van een veldrietzanger door Eddy Colson. 

Heel veel cijfertjes in deze post. Maar weet dat elk cijfertje weer een belangrijke bijdrage is aan de ondertussen mega-database van ringgegevens. En voor mij als ringer elke keer een zalig momentje om een geverderd juweeltje zo dichtbij te kunnen bekijken. De twee hoofdredenen waarvoor we dit blijven doen.

DSC_8518.JPG

De dikke kers, veldrietzanger.

01-01-17

Eindigen met een knal.

Neen, geen verslag van een nieuwjaarsvuurwerk. Ik zou het mij nooit vergeven, want ik vind dat gebruik totaal overbodig en mega-verstorend voor alle dieren, wild en tam. Maar wel een post over een mega-soort en lifer voor mij op de laatste dagen van 2016.

Witkop.

Op 29/12 kwam de melding binnen dat Geert Beckers (ja, hij weer) in Widooie een witkopgors had ontdekt. Een mega-soort in de Fruitstreek, dat kom je niet zo vaak tegen. Mijn bezoek aan de kinesist was er eentje van ongeduldig wachten op het einde. En dan snel richting Widooie.

De vogel was ondanks de mist toch nog gezien. Maar dan was er een lange periode van stilte rond mijn lifer. De massaal toegestroomde meute vogelaars begon al te keuvelen over de belevenissen van dit jaar. En dat is nooit een goed teken. Samen met Yvon, Carlo en een nobele onbekende gingen we de omliggende velden uitkammen. Maar buiten wat geelgorzen en grauwe gorzen (voor velen die daar rondliepen trouwens een leuke bij-vangst) konden we niets wat ook maar op een witkopgors leek ontdekken.

Een groep geelgorzen hoog in een houtkant met populieren leek de beste kans om mijn nieuwe soort te zien. Dat was trouwens de mening van heel wat aanwezigen. En dat bleek een goede gok. Want plots riep mister 400 Patrick Beirens (toen nog mister 399 trouwens) "daar zit hij, in die top van die eik". En jawel, in volle glorie in mijn kijkerbeeld een mannetje witkopgors met alle toeters en bellen. Wat een soort om 2017 af te sluiten.

12556723.jpg

Witkopgors in winterse sferen (foto Filip De Ruwe)

Geel veertje.

Het was wel niet de eerste keer dat ik deze soort zag. Maar deze keer is de kans groot dat het wel mijn eerste officiële waarneming wordt. De vogel die ik in Hoegaarden zag bleek na een paar weken plots een geel veertje in één van de vleugels te hebben. Conclusie : hybride en dus niet geldig voor de lijst.

Mijn persoonlijke mening over zulk soort beslissingen. Een vogel met duidelijke kenmerken van verschillende soorten. OK, afvoeren van de lijst. Maar één veertje of zoals de zwartkeellijster van wat jaren gelden, DNA onderzoek. Dat vind ik gewoon flauwe zever. Als ik mijn zoon moet geloven die een doctoraat deed over hybridisatie dan zijn heel veel vogels die rondvliegen in werkelijkheid hybrides. Dus de kans is groot dat als we alle waarnemingen van België zouden onderwerpen aan een DNA-test er heel wat "onzuiver" beesten tussen zitten. Allemaal afvoeren ? Ik denk het niet. Als een vogel die ik in mijn kijker zie alle kenmerken van een soort laat zien en er niet duidelijk een andere soort te zien is. Dan blijft die op mijn lijst staan. Daarom staat die zwartkeellijster dan ook nog op mijn lijst. Wat anderen ook mogen beweren.

12557187.jpg

Witkop met geelgors, hopelijk geen huwelijk in de maak :-)

Meeuwtje.

Dat het niet altijd makkelijk is om een lifer te scoren bewees dan weer de Franklins meeuw van Herstal. Drie dagen na elkaar reed ik naar de plek waar ze gezien werd. Zelf nieuwjaarsvoormiddag bracht ik door aan de oevers van de Maas. En tot op heden zonder resultaat. Ik denk dat ik bijna alle meeuwen van de Luikse maas heb gezien (licht overdreven, maar toch). Maar geen Amerikaanse dwaalgast te ontdekken. Frusterend om dan 's avonds te zien dat ze toch weer ergens werd gespot. Het lot van menig vogelkijker. Zeker eentje zoals ik. En zo blijft het trouwens boeiend. Het mag niet te makkelijk gaan.

12555930.jpg

Franklins, hopelijk op mijn lijst van 2017 (foto Dennis Delangh)

2017.

Met 122 soorten in de Fruitstreek was het geen slecht jaar. Wel moest ik de ongenaakbare Stijn weer laten voorgaan met dik 10 soorten meer (en dan heeft hij de witkopgors nog niet). Zoals al eerder gezegd ga ik volgend jaar voor 140 soorten in mijn regio. En hopelijk een hoop extra "Belgen". En natuurlijk zal het ringwerk weer een belangrijke hap uit mijn vrije tijd nemen. 

Maar het blijft allemaal ontzettend plezant. Want die lijstjes bijhouden is een beetje een raar kantje van mij (en heel wat vogelkijkers). Maar er is meer. Leuke gebieden, ontspannende uren door je verrekijker turen, spannende zoektochten en bovenal leuke ontmoetingen met schitterende mensen die ook volop genieten van het kijken naar vogeltjes.

Ik wens iedereen dan ook een vogelrijk 2017. Met een massa lol en plezier zodat we al die ellende in onze wereld even kunnen vergeten. En alle lezers van mijn blog een gezond, keiplezant en super 2017.

happy-new-year.jpg

24-12-16

Should I stay or should I go ?

Met deze songtekst van the Clash zitten heel wat zwartkoppen in hun hoofd (hier kop schrijven zou raar zijn geweest). Want vandaag, tijdens mijn waarschijnlijk laatste vangdag op mijn ringsite, ving ik nog een wijfje zwartkop. Uitzonderlijk ? Neen, want er zijn wel vaker overwinterende exemplaren. Leuk ? Zeker, want het zijn er niet zo heel veel.

zwartkop0001.jpg

Mijn winter-zwartkop.

Opwarming.

Op het Britse eiland is al langer bekend dat heel wat zwartkoppen daar blijven plakken tijdens de wintermaanden. In mijn eerste vogelgids werden ze in die jaren als broedvogels beschreven in onze streken. Pas vanaf Zuid-Frankrijk stonden ze als jaarvogel ingekleurd.

Zwartkoppen schakelen volgens een studie van BTO in de winter over op bessen en fruit. Zo zijn appels op voedertafels spek naar hun bek. Het zijn echte zoetekauwen. En aan appels is er bij ons op dit moment zeker geen gebrek.

In een studie van Mokwa uit 2009 lees ik dat die grens een stukje noordelijk is opgeschoven. En de kans is groot dat een huidige studie aantoont dat dit nog een stuk verder in onze richting ligt. Een gevolg van de opwarming van de aarde ?

 

Kuifje.

Onze zwartkop is zeker geen alleenstaand geval. Een langlopende studie in Amerika waar meer dan 300 "gewone" soorten jaarlijks werden geteld toont aan dat daar eenzelfde fenomeen gaande is. Het blijkt dat bijna al deze soorten in de winter veel noordelijker verblijven dan vroeger. 

Schermafbeelding 2016-12-24 om 16.46.53.png

De Amerikaanse grafiek is heel overtuigend.

 

Maar ook bij hier overwinterende soorten zien we bewijzen van deze stelling. Neem nu de kuifeend. Een soort die haar broedgebieden in het hoge noorden in de winter onder andere ruilt voor het naar hun gevoel warme België of Nederland. De winteraantallen zijn echter gedaald met bijna 50%. Zijn er minder kuifeenden ? Niet echt, want in Zweden en Denemarken zijn de aantallen in de winter tussen 1980 en 2010 gestegen met 130.000 vogels. 

Logisch ? Waarom doorvliegen als je korter bij huis al een knus en gezellig plekje kan vinden. Vogels passen zich snel en effectief aan. Goed nieuws ? Ik weet het niet. De mens is volgens mij iets minder flexibel dan die kuifeendjes. 

_MG_7254.JPG

Kuifeenden vliegen minder ver om te overwinteren.

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende