19-11-17

Opgerold.

Het najaars-seizoen voor dit jaar op mijn ringplek thuis zit er op. De netten zijn opgerold en de stokken in de hoek gezet. Een golfje van barmsijzen zou ze mogelijk nog even kunnen laten verschijnen. Maar ik denk het toch niet. Want we zijn ondertussen al op pad met onze muisjes om torenvalkjes te ringen. 

Minder.

Met 1662 nieuw geringde vogels en 86 terugvangsten werd het qua effectieve aantallen het minste van mijn ondertussen vierde jaar op de ringplek. Maar als we het uurgemiddelde berekenen dan is het plots het beste jaar tot nu toe. Dus minder uren geringd, maar meer vogels per uur. Het was blijkbaar een goed jaar voor onze doortrekkers.

aantallen.jpg

Effectieve aantallen.

uurgemiddelde.jpg

Aantal vogels per uur.

Als we de soorten even bekijken met +100 vogels dan blijft onze zwartkop de topper van dienst met 655 exemplaren. Een heel stuk verder komen de heggenmussen (180), roodborst (153), tjiftjaf (147), pimpelmees (124), kleine karekiet (116) en koolmees (104).

Een soort die ik wat nader wilde bekijken zijn de merels. Met het dodelijke virus in het land waren de aantallen volgens alle bronnen drastisch afgenomen. Was dat ook zichtbaar in mijn ringgegevens ? Blijkbaar wel. Zowel qua uurgemiddelde als qua aantallen bleek het een jaartje met weinig merels. En deze gegevens zijn redelijk bruikbaar omdat er nooit geluid werd gespeeld van deze soort en de netopstelling ook redelijk gelijk is die vier jaar dat ik al ring hier. Hopelijk kan de populatie zich de komende jaren herstellen. Wel het levende bewijs dat ook het ringen van "gewone" soorten heel belangrijk is. Misschien dat ik volgend broedseizoen mij wat meer focus op het ringen van pulli van merels.

Merels.jpg

Aantallen merels tijdens najaar.

Adrenaline.

Minder vogels geeft natuurlijk ook minder zeldzame vangsten. Maar toch ging de adrenaline ook dit najaar een aantal keer de hoogte in. Zo was dat het geval met  een bladkoning in de netten. Maar eveneens bij nachtegalen (2), bonte vliegenvangers (2), braamsluipers (2) en een goede beurt met de koperwieken (20). Een fotoreeksje hoort er dus ook bij.

59099.jpg

Bonte vliegenvanger

59260.jpg

Nachtegaal

62906.jpg

Kleine barmsijs

61731.jpg

Bladkoning

12-11-17

Witter dan wit.

great-egret-14943384953Iy.jpg

Het blijft voor mij telkens toch weer wennen. Rondrijdend in akkergebied plots een witte, opvallende vogel zien op een pas geploegd of geoogst akker. Blauwe reigers, die ben ik al een tijdje gewoon. Maar zo een hagelwitte rakker met zijn lange gele snavel is telkens weer even opnieuw de kijker voor mijn ogen zetten. En dankzij de stilaan oprukkende winter zijn ze weer present. Gelukkig.

Nog niet zo heel lang geleden was zo een waarneming groot nieuws voor vogelkijkend Vlaanderen. Maar tegenwoordig hoort zijn ontdekking niet meer in deze categorie thuis. Ze zijn vrij algemeen. Een status die bij veel vogelkijkers er toe leidt dat ze de waarneming zelfs niet meer noteren. In gebieden met wat grotere vijvers zitten er in de wintermaanden tientallen wit te wezen. Niets bijzonder.

Maar persoonlijk weiger ik om ze vrij algemeen te vinden. Voor mij is een ontmoeting met een grote zilly nog altijd een euforie-momentje. Inderdaad "grote zilly", want een algemene soort krijgt vrij snel een koosnaampje. Of om het in iets stoerdere gangstertaal te zeggen, een nick-name. Wij hebben in ons vogel-repertoire trouwens niet zo heel veel hagelwitte vertegenwoordigers. Als ik even diep nadenk geen enkele eigenlijk. Tenzij een freaky beest dat als albino door het leven sukkelt. En dan vergeet ik even bewust onze zwaantjes en dan bedoel ik niet die op een zware motto die ik liever niet achter mij aankrijg. De leden van deze drijvende familie is inderdaad redelijk wit. Maar toch niet witter dan wit zoals mijn grote zilly. Ze komen er dichtbij. Maar net niet wit genoeg. Daarom blijft voor mij een ontmoeting met mijn grote zilly verre van vrij algemeen. Neen, die is voor mij elke keer weer bijzonder. Bijzonder wit.

03-11-17

Stockholmse vogels.

Een aantal dagen samen met het vrouwtje op bezoek geweest bij mijn zoon die doctoreert in Stockholm. Hoewel we niet echt vogeltjes gingen spotten heb ik toch een paar leuke soorten gezien. Toppertjes waren barmsijzen en een waterspreeuw. En als ik de fraai opgezette exemplaren in het Natuurhistorisch museum mocht meetellen was het zelfs een mega-trip.

Laplanduilen-droom.

Stockholm 20170001-8.jpg

Zo een foto van een laplanduil is een onvervulde droom. Maar deze telt niet want hij zat in een kooi. Maar wat voor een kooi. In een soort Bokrijkse park werden een aantal plaatselijke soorten zoals lynx, wolf en eland getoond aan het publiek. En dit in ruime en zo natuurlijk mogelijk ingerichte verblijven met een heel hoog educatief gehalte. Er zat zelfs een koppeltje witrugspechten (voor mij een nieuwe soort, maar deze tellen jammer genoeg niet mee) in een megakooi. Bij de laplanduilen kon je zelfs door de kooi wandelen en dankzij een tip van Jente konden we er eentje heel mooi bekijken en fotograferen. Geen gehannes met voor de vogels stresserende en onnatuurlijke shows. Gewoon een rustig beest in een zo goed mogelijk ingerichte habitat waar de bezoekers degenen zijn die op een houten plank staan.

Bont.

Het voordeel van vogeltjes kijken in een drukke stad is dat ze vaak heel tam zijn. Zo zag ik heel wat eksters op een paar meter van mij de vuilnisbakken controleren. Bonte kraaien kwam je werkelijk overal tegen. Ze waren duidelijk al druk bezig met het veroveren van een partner om volgend jaar een nestje mee te bouwen. En 's morgens waren ze op zoek naar restjes die Stockholmers de avond ervoor hadden achtergelaten op de stoep. Ze hadden op dat moment totaal geen oog voor die Belg met zijn compact-fototoestel. Geen telelens van 500mm nodig om hier leuke beelden te schieten. 

Stockholm 20170001-21.jpg

Bonte kraai met een voorkeur voor kauwgum.

Toen we een korte wandeling maakten in één van de vele groene longen van deze wereldstad (we waren wat vroeg aan een museum aangekomen) werden we getrakteerd op prachtige waarnemingen van kramsvogels, putters en barmsijzen. De putters kwamen op nog geen 5 meter van mij op een distel hun favoriete zaadjes uit de zaaddoos peuteren. Schuilhutten ? Niet nodig. Stads-natuurfotograaf, dat is misschien nog een gat in de markt ?

Stockholm 20170001-46.jpg

Puttertje zonder vrees.

Opgezet.

Als we een grote stad aandoen staat er steeds een bezoek aan het Natuurhistorisch Museum op het programma. En dat was ook deze keer het geval. Met een bioloog als gids was dit een vaststaand feit. En het was de moeite. Mooi opgebouwde exposities met schitterend in scène gezette  taferelen. Er was zelfs een hoekje voorzien waar het ringwerk werd uitgelegd. En dit met een mistnetje met enkele gevangen opgezette kepen. Een kort fotoverslag.

Stockholm 20170001-26.jpg

Zeearend aan het banket.

Stockholm 20170001-24.jpg

Giervalk in close-up.

Stockholm 20170001-29.jpg

Eén van mijn favorieten, de rode wouw.

Stockholm 20170001-23.jpg

Een hele verzameling kolibrie-balgen.

Stockholm 20170001-28.jpg

Erbarmelijke foto, maar toch leuk zo een jagende ruigpootuil.

Stockholm 20170001-27.jpg

Vaak mooi in scène gezet. Het korhoen heeft deze keer een bijrol als prooi.

Stockholm 20170001-32.jpg

Baltsende auerhoenders, die hoop ik nog ooit levend te zien.

Stockholm 20170001-30.jpg

Wielewaal, lekker strak en knal, maar dan ook echt knalgeel.

Stockholm 20170001-31.jpg

Grauwe gorzen, hopelijk niet de manier hoe wij ze hier binnen een paar jaar enkel nog kunnen zien.

jente pimpel0001.jpg

Met dank aan onze gids, Jente. Die nog even bewijst dat er wel heel tamme vogels in Stockholm zitten.

 

 

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende